Inssbruck, zaterdag 23 mei, reisdag
We verruilen Zuid-Karinthië voor Tirol en nemen afscheid van de de on-affe luxe van Rutar Lido. Als alles geopend is en werkt, moet het hier fantastisch zijn. Nu is het gewoon geweldig.
Hemelsbreed ligt er tussen hier en onze bestemming een geducht berggebied: de Hohe Tauern. Je kunt er dwars doorheen kruipen, maar het gaat bijna twee keer zo snel als je er aan de noordkant omheen gaat. Omdat we 430km moeten afleggen kiezen we daarvoor. Eerst omhoog tot vlak onder Salzburg, daar Duitsland in en bij Kufstein weer omlaag en terug Oostenrijk in. Vanaf dat punt rijdt je het hele stuk door het Inn-dal.
We rijden op de snelweg en komen bij een tolpoort. In Nederland kochten we een elektronisch tolvignet op kenteken, dus ik rij monter de strook voor e-vignet in. Het poortje blijft gesloten. “Betaal 15 euro met uw betaalkaart”, verschijnt er op het display. Dat doen we noodgedwongen, maar dat geld gaan we terug eisen. De Inn heeft een lang en diep spoor door de Alpen getrokken. Het dal is meestal breed genoeg om de weg op de vlakte te laten lopen, maar waar de bergwanden elkaar naderen, komen we op de flank te rijden. Heel de rit verbazen we ons over de pracht van het landschap met nu eens glooiende heuvels met bergweiden aan de voet van machtige bergen, en dan weer steile kliffen met witte toppen. Elke kilometer een nieuwe ansichtkaart.
Liga Völs
Onze camping is het verenigingsterrein van Liga Völs met maar vijf stelplaatsen en die zijn alleen voor gasten. De leden wonen allemaal in de buurt en komen hier alleen overdag naartoe. We kregen een mail met toegangscode en uitleg, voor het geval er niemand is en we zelf onze weg naar binnen moeten zoeken. Maar het is uitmuntend weer en als we door het grote stalen hek het terrein oprijden, blijkt het parkeerterrein helemaal vol. Er is maar een weg en die komt uit op de gastenpercelen. Op onze plek, nummer vijf, staan we met de rug naar het tennisveld en reikt onze dissel bijna tot aan het terras. In het zicht van een stuk of vijftig, meest naakte mensen, die het ontzettend gezellig hebben met elkaar en hun drankjes, zetten wij met indrukwekkende souplesse ons onderkomen op. Daarna lopen we naar het grote infinity zwembad voor een verkwikkende douche en dompeling. We scharen ons onder het terraspubliek en bestellen een Zipfer van de tap. Omdat gemak de mens dient, bestellen we er tevens een Frankfurter met desembrood bij, dan hebben we meteen gegeten ook. De mensen zijn aardig, ze zeggen gedag, ze knopen een praatje aan. Dat is soms lastig, want ze spreken hier Tiroler, waarvan ze zelf zeggen dat het een onverstaanbaar dialect is. Klopt. Onverstaanbaar.





0 Reacties