Seefeld, zondag 24 mei, eerste Pinksterdag.

We hebben onze zinnen gezet op een bergloop in de buurt van het mondaine Seefeld in Tirol, dat als wintersportparadijs voor de nouveau riche wil wedijveren met het elitaire Kitzbühel. Maar dat wisten we toen nog niet, we willen gewoon een mooie bergwandeling maken.

De rit naar Seefeld is boeiend. Het hellingspercentage is regelmatig 16% of meer, voertuigen van meer dan 3.5ton mogen niet omhoog en met een aanhangwagen van meer dan 750kg mag je er ook niet op. De weg slingert steil omhoog en onze hybride gooit al z’n toeren in de strijd. Max zou dit vast een lekkere sound vinden, maar van mij mag het stiller, nochtans zijn er tweewielige milieuverpesters die ons met een draai van hun pols voorbij komen razen. Het is een zigzaghelling van enkele kilometers en heb je die eenmaal geslecht kom je in een wonderschoon berggebied met door sneeuw bevlekte toppen overal om je heen. Verbijsterend.

Seefeld in Tirol

Het is eerste Pinksterdag, ook in Oostenrijk, maar we merken er niet zo heel veel van, want de toeristische industrie wint het anno 2026 met lengte van de religieuze zinsbegoocheling die sinds het begin van de jaartelling de massa domineert. Zelfs in het Oostenrijk, met al zijn kathedralen, kapellen en kruisgangen wint de hedonistische mens het van de esoterische. Dus het is, eenvoudig gezegd, reten-druk in Seefeld in Tirol, waar een pinkstermarkt gaande is, een braderie op z’n Oostenrijks’, met houtsnijwerk, kruidenelixers, kaas-en-spek boeren én een Bratwurst-kraam. Dikbuikige menswezens van beider kunne, Beieren is nauw verwant, bewegen zich traag tussendoor de kraampjes. De edelstenen met helende krachten, brei- en haakwerkjes en handgemaakte hoeden en mutsen blijven onaangeroerd, maar de kruidenlikeurtjes, kazen en worsten vinden gretig aftrek.

We lopen het dorp uit in een tempo dat vluchtgedrag verraadt, bereiken een mini-vallei, waarin zowel een stromende bergbeek, vijftig wipkippen alsook een kitcherig kerkje strijden om een plek tussen een onbegrijpelijk web van kruisende wandelpaden met schuifelende bejaarden, jengelende peuters op voortgeduwde driewielers en geërgerde slalommende trendy joggers die hun weekly challenge trachten te redden.

Komt er dan geen einde aan deze toeristenhel, jawel. Waar het beekdal krimpt en de milde hellingen aan weerszijden elkaar beginnen te raken, voert een pad ons van de weg af en in een bosrand van hoge dennenbomen, berken en welig tierend struikgewas. Een wisse bevrijding, maar het blijft urbaan met bankjes, straatverlichting en vuilnisbakken, en ook de autoweg blijft binnen gehoorsafstand. Totdat we die tien minuten later, vlak voor een onbeduidend kapelletje, moeten oversteken en een echt bos in lopen. Hier begint ook de uitdaging. Ons wacht een weg omhoog van dik vier kilometer lang, met een totale stijging van 340 meter. Ononderbroken omhoog. En dat is, voorwaar, geen kattenpis.

Zilver

Het is een schitterend hoog bos, waardoorheen we ons een weg omhoog zwoegen. 11%, 12%, 14% stijging geeft onze wandel-app aan. De weg is van stevig en stabiel steenslag, niets te klagen, maar zo nu en dan passeren wij een bescheiden alpenweide (Alm), die een passeerpunt voor een stoeltjeslift blijkt te zijn. Er is dus een comfortabele lift van het startpunt naar ons hoogste punt, alleen die doet het niet, want na de wintersportperiode moeten al die liften worden gekeurd, voordat de zomergasten ze mogen gebruiken. Lopen dus. Spijt hebben we er beslist niet van, het bos is gevarieerd, prachtig oud en transparant met zijn hoge stammen en dichte dennenkoepels. We passeren pittoreske alpenweiden en glinsterende bergvennen, gevoed door fluisterzacht kabbelende bergbeekjes waarin het water met sprankelende helderheid golft en tussen de dotterbloemen fonkelt. Na de juwelen in de Trögener Klamm en de diamanten op de Petzen, vinden we nu een stroom van zilver op de Gschwandtkopf. Naar gelang we hoger komen krijgen we steeds meer zicht op de Alpen-pieken om ons heen, aan de zuidkant meest al grijs en stenig, aan de andere kant nog bespikkeld met velden en geulen van witter dan witte sneeuw tussen het grijs van het graniet. Zo ontzettend mooi! O ja, die uitzichten bieden ons tevens gelegenheid te pauzeren om op adem te komen

Dotterbloem aan een zilverglansbeekje, Gschwandtkopf wandeling

Gschwandtkopf

De top is toch wel wat van een anticlimax. Lopen we een paar uur door de overweldigende mooie Tiroler natuur, kom je aan op een vrijwel kaalgeschoren bergtop (1.490 meter) met een brommende radiozendmast op het hoogste punt, omringd door bomen. Er zijn twee bankjes die uitzicht beloven op de omliggende bergtoppen, maar beide zijn ongastvrij bezet door voluptueuze jongedames met corresponderend obese koptelefoons over hun oren, verdiept in hun smartphones en omringd door op de bankjes uitgestalde parafernalia. Waarom ga je op zo’n plek op je telefoon zitten kijken? Je zou ze toch het liefst van de berg keilen, zodat ze 340 hoogtemeters lager, maar vele, vele kilometers machteloos rollend méér, met een luidruchtige ‘blob’ tegen de rookglasgevel van het casino in Seefeld tot stilstand komen. 

We maken hier dus geen stop, passeren de weerzinwekkend flitsend bedoelde Ötzi-bar, waarvandaan ongerijmd amorfe AI-loungemuziek over berg en dal galmt, waarschijnlijk om te camoufleren dat je hier 16,50 euro voor een simpele Flammkuchen moet betalen. Het etablissement maakt deel uit van het ernaast gelegen exquise Chalet G12, voor wie het zich écht kan veroorloven om onder het mom van alpine-getrouwe architectuur boven op een berg net te doen alsof heel de wereld maakbaar is als je maar genoeg geld hebt.

Het was slechts een kort moment van relevatie over de misplaatste, eigenlijk respectloze aanwezigheid van de rijkelui-commercie op wat letterlijk het toppunt van de natuur zou kunnen zijn: een ongerepte, verstilde bergtop. Niet dat het verrassend genoemd kan worden, want al heel de weg omhoog kwamen we langs de skipistes de sneeuwkanonnen tegen, die hun lange sproeilansen als zilverkleurige middelvingers opsteken tegen de nog wél ongerepte natuur. Als de klimaatverandering de kapitaalkolonisten uit deze prachtige omgeving verjaagt, gewoon omdat er geen sneeuw meer is, kunnen de kaalgeslagen pistes hopelijk weer vergroenen.

Warm

Waar de weg omhoog vooral door steilte vermoeiend was, is de weg omlaag ongenadig warm, omdat we op de zuidhelling lopen. En dat is toch ook weer anderhalf uur. Terug in het dal zijn we aan de andere kant van Seefeld uitgekomen en lopen langs het drukke recreatiemeer terug het dorp in. Op de markt bestellen we een Bratwurst mit Sauerkraut und Brot en smikkelen die, temidden van de gezellige drukte, staand aan een tafeltje op. Het voelt volop zomer.

Warmer: sauna

Terug op de camping genieten we van het weer, het zwembad en het tapbier. We laten ons verleiden om voor twee euro per persoon mee te doen aan de Aufguss, het lokale Oostenrijkse saunaritueel. Onze saunameester is uitermate kundig. Hij heeft een hemels meditatiemuziekje opgezet en gaat ons verwennen met drie opgietingen en een scrub. De opgietingen zijn serieus. Er gaat veel water op, met telkens een andere geur. Na elke gietbeurt wappert hij met handdoek en waaier. Na twee rondes jaagt hij ons de sauna uit. Bij de douches krijgen we een handvol scrub gemaakt van suiker, kokosolie en geraspte sinaasappel. Het geurt heerlijk en schuurt de huid mild en weldadig. Door de olie worden we helemaal glad. Snel afspoelen en terug de cabine in. Nu gooit hij er Slivovice op en waarschuwt ons dat hij het heet gaat maken. Die belofte komt hij na. De sauna is 84 graden, de vochtigheid 50%. Een heerlijke beleving die ik thuis ga reproduceren voor wie er met ons de sauna in durft. Van harte welkom.

0 Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *