Bleiburg, vrijdag 22 mei

Niet ver van onze camping ligt berg-wandelgebied Petzen. Het vormt de toegang tot een reeks toppen en hellingen op de grens tussen Oostenrijk en Slovenië. Het is een populair wintersportgebied. De rijkere wereldbewoners willen graag moeiteloos afdalen voor hun après-ski, zonder de inspanning van het stijgen, dus er zijn hier volop skiliften en gondelbanen. De Petzen Bergbahn brengt je in een minuut of tien van 550 naar -hallo- 1.700 meter hoogte en het is een enerverende tocht in een licht schommelende gondel, die bij elke roffel ter hoogte van een steunpaal de indruk wekt aan het einde van zijn technische levensduur te zijn beland. De perspex ramen zijn half-ondoorzichtig gekrast door het geweld waarmee in het hoogseizoen ski’s, rugzakken en helmen samengedrukt worden in de zes-persoonscabine. Wij zitten er gelukkig met z’n tweetjes. De dikke staalkabel, waaraan ons ruimtevaartuig bengelt, en die tevens de levensader is waarvan ons voortbestaan volledig afhangt, die dikke staalkabel loopt ter hoogte van de steunpilaren óver acht wielen, maar verbazingwekkend genoeg zijn er ook punten waar we ónder de wielen door ratelen. Ik kan niet anders dan concluderen dat we op dat moment een zó steil stuk ingaan, dat zich de massa op de kabel, tegen de zwaartekracht in, omhoog beweegt. Ik vraag mij af, als het contact met zo’n paal verloren gaat, hoe vér wij dan de lucht in worden gekatapulteerd, alvorens we, onvermijdelijk en in volle bewustzijn kansloos ter aarde storten. Het is bijna teleurstellend dat we ons op 1.700 onbekommerd uit de cocon wurmen en met vaste tred de kalksteen leegte voor het Bergstation betreden, dat gezien de dimensies ervan berekend is op honderden met lange dodelijke latten zwaaiende wintersportgangers.

Onze beoogde loop gaat van het Bergstation eerst naar het zadel van de Knieps (2.109) en dan door naar de Freistritzer Spitze (2.113). Omdat je onderweg een stukje omlaag gaat (naar 1.560m), komt de totaal te overwinnen stijging uit op 570 meter. Dat is iets meer dan vijf keer zo hoog als de domtoren in Utrecht. Maar dan niet met eenvoudige traptreden, maar over een ruw, on-geëffend bergpad. Een uitdaging. En meer dan een beetje spannend, want niet alleen is het hier écht bergwandelen, het is ook berengebied. Ter geruststelling heb ik een handalarm bij me dat desgewenst 105dB geloei in de richting van een bedreiging kan jagen.

In de wolken

Het is weergaloos mooi om op zo’n hoogte over het omliggende landschap uit te kijken. Niet alleen omlaag naar de dalen, maar ook naar de bergwanden en pieken op gelijke hoogte die in de nevelige verten liggen. Het is volstrekt duidelijk dat we in een populair skigebied lopen. De liftstroken (sleep- en stoeltjesliften) en de loipes hebben voorrang. Het wandelpad rommelt er een beetje achteloos tussendoor. En het is niet erg goed bewegwijzerd, met als gevolg dat we een stoeltjes-lift-strook bestijgen, die van zichzelf al te steil is om te lopen, maar die ook hele stukken onder de sneeuw verborgen ligt. Het is een plakkerige, halfnatte drab, waarin onze bergschoenen alle kanten op glijden. Bovendien zie je niet hoe dik de sneeuwplak is en soms zakken we kniediep in een onzichtbare uitholling. Het is een zware maar wel snelle weg omhoog, we stijgen bijn 200 meter.

Alm

Na een half uur hijgen en glibberen komen we op een Alm met een picknicktafel en routebordjes. Het is er ontzettend mooi en we nemen op het bankje de tijd om de indrukken te laten inklinken. We kunnen van hier kiezen uit een zigzag-route door het bos of eentje over de steile flank van de berg, de Kniepsteig. Na de eerste twee bochtjes in de bosroute zien we een wit sneeuwlint tussen de schaarse bomen omhoog slingeren. Dat pad valt af. De andere, de Kniepsteig gaat eerst een stukje door een vlak bos, waar het pad door de smeltende sneeuw zo nu en dan onder water staat. Na vijf minuten krijgen we zicht op de Steig en het is een gruwelijke route, die we ook in de beste weersomstandigheden niet zouden overwegen. Het is een smal pad, dat schuin omhoog loopt over een hoge steenlawine. Verlies je daar controle, dan rol je een paar honderd meter omlaag. Even voorbij deze onaantrekkelijke Rutschbahn klimt het pad over kale rotswand verder omhoog tot op het zadel van de Kniep. Het grootste deel van het pad gaat schuil onder de sneeuw. Geen kans.

‘Oben’

Als we terugkomen bij de picknicktafel staan twee sportieve vrouwen tegen de berg op te kijken. In het praatje dat we met ze maken zijn ze volstrekt duidelijk: niet omhoog gaan, veel te lastig met al die sneeuw. We hebben geen keus dan omlaag te gaan. De dames gaan ons letterlijk huppelend vooraf en zijn in een mum van tijd uit ons zicht verdwenen. Wij doen het rustig aan, vinden dit keer de beoogde wandelroute, die vrij mild omlaag gaat, terug naar het Bergstation. We strijken neer op het terras van het restaurant dat toepasselijk ‘Oben’ is genoemd en eten er een stevige goulashsoep met brood. De gondelrit naar beneden is uiteraard spannender dan omhoog, want je ziet nu de diepte waar je op afstevent. Beneden is het drukkend warm. We waren daarboven al gewend geraakt aan de 16 graden luchttemperatuur met de krachtige zonnewarmte, heerlijk. Het was een mooie wandeling, waarin we toch nog van 1.700m naar 1.900m stegen, maar die ons niet de toppen leverde waarop we hoopten.

0 Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *