Rutar
Rutar Lido is een commercieel vakantiepark, geen clubterrein. Nogal wat percelen zijn ingericht om het hele jaar te bewonen, soms nog mét een caravan, maar even vaak zijn het chalets met veranda en een pronktuintje naast een oprit met carport. Ik sprak met meerdere mensen die geen ander huis meer hebben. Er is een duidelijk kampeergedeelte in een bosje met ranke dennenbomen, maar er zijn ook gastenplaatsen overal over het terrein verspreid. Prima plekjes allemaal. Op het terrein liggen drie vijvers met eilandjes. Een zwemvijver met een zandstrandje voor de mensen, een ‘biotoop’ waar vakantiehuisjes op de oever staan en een derde om vissen uit te halen en honden in te doen. Het mensenzwemwater betreed je over een aluminium loopplank, waar je na vijf stappen je voeten niet meer ziet omdat het water groenig-grijs verkleurd is van de overvloed aan stuifmeel. In de zomer schijnt het glashelder te zijn. Maar er zijn twee buitenbaden en twee binnenbaden, een bubbelbad en op twee plekken sauna’s. Alleen: de helft is niet nog niet open, zo vroeg in het seizoen. Wel hebben ze hier een goede huisregel: als het regent is de sauna voor iedereen gratis.
Rutar is een familienaam. Je komt ‘m in de buurt ook bij andere ondernemingen tegen. Het familiale uit zich op het complex overal in knullige doe-het-zelverigheid. Bouwtechnisch goed, maar de afwerking is slordig, of niet helemaal passend, of on-af, met houtje-touwtje-oplossingen, verschillende tegels en scheve stoepen. Bij een verenigingsterrein van vrijwilligers snap je dat, maar hier is het even wennen. De eerste twee dagen was er nauwelijks waterdruk wegens een defecte waterpomp. Dus het was wachten op een nieuwe van 7.000 euro, vertelde een niet zo blije chef mij en hij verzuchtte dat het niet meeviel om 155.000 m2 vakantiepark draaiend te houden. Tja, hij kreeg het als erfgenaam in de schoot geworpen, niet zeuren. Maar afgezien van het kneuterige deugt het allemaal wel en wordt het goed schoongehouden. En het restaurant blijkt een uitstekende keuken te hebben voor een eerlijke prijs. Al met al is het hier goed toeven.


Rutar Lido, woensdag 13 mei
We genoten gisterenmiddag nog van de zon en het prachtige uitzicht om ons heen, maar aten al ín de caravan: te koud. Na een nog koudere nacht wekt de ochtendzon ons met krachtige stralen. We wandelen naar het campingwinkeltje, Dorfladen geheten, en kopen een paar vers gebakken broodjes. Rustig ontbijten, nóg maar een kopje koffie doen en tegen het middaguur is de temperatuur goed genoeg om te gaan fietsen.
Ik zet een route uit met Komoot over een bergrug pal achter ons, dan door het dal en rond een natuurmeer, de Klopeinersee. Iets meer dan dertig kilometer fietsen en 270 meter omhoog en omlaag.




Klopeinersee
We vertrekken uit een achterpoort van het park en komen op een steenslagpad aan de voet van de bergrug te fietsen en tevens langs de Seebach. Het regenwaterbeekje ligt begrijpelijkerwijs grotendeels droog. Na het dorpje Gösselsdorf gaat het terrein flink omhoog door een groot gemengd bos. Een bekoorlijk frisse boslucht begeleidt ons tijdens de moeizame stijging, die we met onze trapondersteuning nog maar net kunnen bedwingen. Telkens opent zich eventjes de wand van stammen naast ons, om een kort doorkijkje te geven op een kerktorentje dat boven de bomen uitsteekt of een zacht glooiende weide en grijs met witte bergtoppen in de verte daarachter. De weg leidt ons tussen de kleine heuvelachtige akkers en bosjes door en we passeren de gemoedelijke dorpjes Rückersdorf, St. Primus en Unternarrach. We rijden een tijdje in een lange bocht op de flank van een berg, met boven ons bossen en boerderijen en onder ons kleinschalige landbouw en het zinderende blauw van een meertje, tot we heel verrassend een wijds uitzicht krijgen op de Klopeinersee. Dit blijkt een toeristisch meer te zijn, met op de oever de een na de andere luxe villa of Ferienwohnung met Privat Badestrand. De waterkant heeft lange ondieptes, dus strekken zich in het onwaarschijnlijk mooi gekleurde en heldere water lange en tamelijk brede recreatiesteigers uit. Aan alle kanten rondom het meer glooien de hellingen zacht en groen omhoog naar de helderblauwe lucht en op de kimmen tekenen zich de toppen van dichte donkere naaldwouden af of neigen alpenweides zachtjes uit ons zicht naar een wereld achter de horizon. Zo mooi. We stappen krachtdadig bij het exquise Hotel & Spa Sonne op het terras met perfect uitzicht op het meer want mogen gelukkig ook voor alleen een biertje neerstrijken.


Onze eerste fietstocht in Oostenrijk ooit maakt een diepe indruk. Dit landschap kennen we alleen van ansichtkaarten, advertenties en legpuzzels, maar het te beleven in al zijn dimensies is een diep doorvoelde gelukmakende ervaring. Jongens, wat is het hier mooi.
We eten ‘s avonds in het restaurant op de camping en tijdens het loopje ernaartoe giet het onbedaarlijk. Met doorweekte broekspijpen bestellen we het dagmenu van Rindbraten (uitstekende biefstuk!) met groene asperges en Palatschinken (met vanille-ijs gevulde crêpe) toe. Erbij een flesje rosé. Allemaal heerlijk. Naarmate ons diner vordert loopt het er steeds voller en blijkt dat de meesten hier elkaar goed kennen. Heel gezellig.





0 Reacties