Eberndorf, zondag 17 mei
Hèhè, het weer knapt op. ‘s Morgens nog verdraaid koud, maar de zon is krachtig en die krijgen we bijna vanaf zonsopgang op de omhoog stekende kruin van ons Eribaatje.
We fietsen vandaag een rondje van 31km, waarvan een flink stuk aan de oever van een langgerekt stuwmeer.
Stuwmeer
In Zuid-Tirol ontspringt een voorname zij-rivier van de Donau: de Drau. Hij borrelt op in Duitstalig Italië (Zuid-Tirol), maar komt al na een paar kilometer Oostenrijk binnen sijpelen. Er voegen zich wat waterlopen toe en na een paar honderd kilometer is het een flinke rivier. Bij Edling werd in 1962 een stuw met waterkrachtcentrale in gebruik genomen. Daarvoor liep stroomopwaarts de vallei over een lengte van 21km vol, waarbij de ontwerpers hele stukken van de rivier met hoge dammen kanaliseerden, zodat niet alle zijvleugels van het Drau-dal zouden onderlopen. Evengoed werd het stuwmeer tot 1,5km breed. Het is op maar één plek echt diep, 21m, maar gemiddeld niet meer dan 3 tot 5 meter. Dat heeft tot gevolg dat het er wel een flinke watermassa is, maar dat die tevens flink in beweging blijft. Teveel stroming om te zwemmen of te schaatsen. Daar komt nog bij dat ook in de warmste zomers het water nauwelijks boven de 18 graden komt. Iedereen die een baantje wil trekken duikt in de Klopeiner see.
Het stuwmeer is er overigens eentje van een hele keten in de Drau. Er wordt heel wat stroom mee opgewekt, maar heeft de natuur langs grote stukken van de rivier (750km) ingrijpend veranderd.
Heuvelop, heuvelaf
We fietsen door het Drau-dal (strikt genomen heet het hier Jauntal), maar wie denkt dat het daardoor lekker vlak is, zit er naast. Er zijn gewoon teveel bergjes in deze regio en het is een liefhebberij van de Oostenrijkers om, zoals de Romeinen, de routes bij voorkeur geaccidenteerd aan te leggen. Of helemaal niet, waardoor je op de rijbaan komt te rijden. Gelukkig is het op de meeste wegen heel rustig. Van de camping naar de zuidoever van het stuwmeer gaat de route grotendeels langs (en soms op) de straatweg. Dan kom je bij de Völkermarkter Stauseebrücke, die in een wonderlijke bocht boven het meer zwiert. Ik stel mij voor dat de oude weg nu gespiegeld op de bodem van het meer precies eronder loopt.


Eenmaal over het water nemen we meteen de bocht naar het westen, we dalen sterk af en dan volgt een haarspeldbocht richting het oosten. Huh? Terug omhoog. Langs de weg staat een puffende jogger ons ongegeneerd uit te lachen, we zijn waarschijnlijk niet de eersten die in deze valse lus zijn getuind. We vinden de juiste afslag tien meter verderop en die gaat meteen strak omhoog. Definitie van strak: trapondersteuning op max en nog nauwelijks vol te houden. En wij maar denken dat we gemoedelijk aan de flauwe oever van een meer kwamen te fietsen. Daarentegen …. wie omhoog gaat, kan vér kijken: prachtige vergezichten.


Ongeveer halverwege het stuk aan de noordkant komen we na een lange afdaling op een dijk te rijden. Rechts van ons ligt het land een paar meter lager en is er vooral landbouw. Links zijn er voor-oevers met veel begroeiing, kleine eilandjes of legakkers, zoals in Loosdrecht, die voor recreatie worden gebruikt. Er is ook een kleine jachthaven met overwegend kleine vrijetijds-vissersbootjes. Boven het schier oneindige, kaarsrechte fietspad van steenslag hebben miljarden kleine vliegjes het ontzettend naar hun zin, met uitzondering van de paar honderd die wij hebben ingeslikt.


Ter hoogte van het gehucht Seidendorf nemen we de brug terug naar het zuiden. Ze blijken te zijn vergeten hier een fietspad aan te leggen, dus de eerste twee kilometer rijd je op de sterk stijgende rijbaan. Uitgeput van de snelle steile klim komen we in Sankt Kanzian we langs Menüwirt, een vermakelijk familierestaurant met een verrassend fijn aanbod. We nemen Schnitzels, die het formaat van een halve deurmat blijken te hebben en dan kun je ook nog van de Salat-bar gebruik maken en achteraf van het Nachtisch buffet. Voor 48 euro goed en uitbundig gegeten, ‘s avonds aten we niks meer.
De verdere weg terug toont zich het Oostenrijkse landschap weer op zijn schitterends met z’n huisjes, akkertjes en ontelbare houtwallen, steevast omlijst met welvende beboste hellingen tegen de achtergrond van grijsgetande kimmen en besneeuwde toppen.


2 Reacties
Wat een parallellen. Wij fietsen vandaag in Beieren ook rond een meer en eindigden de dag met een schnitzel Fussabtreter.
Trapondersteuning mag toch wel genomineerd worden voor een Nobelprijs. We kunnen niet zonder meer.
Heerlijke foto’s weer en… geen regen meer. Is hier hetzelfde.
Ik heb in Duitsland wel last van geen-bereik op de telefoon. Dus reageer daardoor later op je prachtige verslagen.
We komen steeds meer bij elkaar in de buurt. In het weekeinde rijden wij naar Innsbruck.