Benicassim, maandag 16 februari

Wat een spectaculaire prestatie van Femke Kok in de Olympische Spelen, 500 meter in 36.49. Wauw. Maar ook denk ik, pffff, half minuutje. Wij deden 6 uur en 41 minuten over 14km bergwandelen. En met berg bedoel ik bérg. 

Het Desert de les Palmes is een natuurgebied op een half uurtje rijden van onze camping in Benicàssim. Hoe dat met die palmen zit snappen we niet, pas na een half uur komen we de eerste tegen, een wat sneue excuus-waaierpalm weggedrukt in de berm van het pad. Later komen we er wel wat meer tegen, maar het lijkt erop dat het hier een dus palmenwoestijn is, een gebied met weinig palmen. We lopen de route van de Monestir dels Carmelites, een klooster van de orde der Karmelieten, waar ik verder weinig van weet, maar waar ik toch een positieve associatie mee heb, dankzij het Tripel Karmeliet, een superieur Belgisch bier van brouwerij Bosteels (8,4 procent). Maar dit terzijde.

De route loopt langs maar liefst twee karmelietenkloosters: een ruïne en een nieuwe. Maar dat is pas na 12 kilometer. Vanaf de parkeerplaats (tegenover het nieuwe klooster/museum) gaat het al meteen omhoog en niet zo’n gutvergoten beetje ook. De ondergrond bestaat uit de meest wipelturige rolkeien op de aardbol, waardoor het een Sisyphuskwelling wordt om omhoog te komen. Het gaat in 2,5km van 440 meter naar 710 meter hoog, naar de top van de Bartolo, die als een speldenkussen helemaal met radio-antennes is volgeprikt. Vlak ervoor staat een immens kruisbeeld, gewijd aan Bartolo, aan de voet waarvan ik hemels slank door Corrine op de foto wordt gezet. Is er dan toch een heiland? 

Wat een tocht, dan weer een stuk met beton versterkte weg, daarna de meest gruwelijke rollende split, kranzinnige steile stijgingen of supersmalle gootjes waar je je voeten vóór elkaar moet zetten. Gelukkig hadden we de wandelstokken mee, zonder had niet gekund. Evengoed vraag ik me af of twee 67’ers wel zo’n route moeten lopen. Niet omdat’ie zo gevaarlijk of spannend is, maar omdat’ie echt belachelijk zwaar is door de almaar wisselende passages, met onbegaanbare ondergronden en absurde steiltes. Maar daartegenover staat dat we door een waanzinnig mooi natuurgebied lopen, op hoogtes tussen de 240 en 720 meter boven de zeespiegel en met dús een steeds wisselende horizon (want het gaat almaar omhoog en omlaag) en variërende zonnestand (want een pad met zulke hoogteverschillen kan niet anders dan heel erg slingeren). Onze wandelapp toont dat we 630 meter stegen (accumulatief) en 660 meter in hoogte afdaalden. Zou onze auto dan niet 30 meter lager moeten staan als we er bij terug komen? Dat blijkt niet zo te zijn. Misschien helaas, want die laatste dertig hoogtemeters waren écht de laatste loodjes. 

Compleet afgepeigerd na 14km in 6.41u komen we bij de auto. Een kleine tweehonderd muggen hebben op dit moment gewacht en storten zich gulzig op onze kuiten als we onze bergschoenen voor sneakers verwisselen. Het bloed spat in het rond als we ons verweren. 

We zitten in de caravan. Het is tegen 19.00 uur en de buitentemperatuur is bijna 21 graden. Een soort zomeravond. We hebben gedoucht, een koud biertje genomen en aten een frisse salade met zalm, mango, feta en een integral stokbrood. Morgen gezond weer op.

0 Comments

Comments are closed.