Benicassim, zondag 15 februari

Als ik dat verhaal van gisteren teruglees, lees ik ook hoe het weer ons in de houdgreep had. Maar het was dan ook bar. Er sneuvelde een ruit in een van de sanitairgebouwen, waarvan we de scherven op ons perceel vonden, dik dertig meter ervandaan. Vandaag prachtig weer, begon koel, 17 volgens de thermometer, maar eenmaal aan het wandelen kon de trui uit, liepen we in t-shirt en hadden we het nóg warm. Onderweg zien we meer stormschade, veelal afgerukte bladeren en takken, maar ook geknapte telefoondraden en een dadelpalm die in het tumult z’n hoofd verloor. 

We lopen dwars door de wijken landinwaarts, naar het oude centrum van Benicàssim, dat vroeger eigenlijk een lintdorpje aan de doorgaande weg was. Dat centrum ligt dus niet aan de kust, maar nog steeds aan de oude doorgaande weg. Inmiddels is er een rijksweg om de bebouwde kom heen aangelegd (N340) en nog wat verder weg een grote snelweg (AP7). Het is dus een niet dóórgaande en niet al te drukke straat met aan weerszijden winkels, horeca en allerlei andere nering in de plinten en gevarieerde woongebouwen en kantoren daarboven. Veel winkels zijn open op deze zondag en er is veel beweging op de troittors: winkelend publiek, slenterende koppels, hele families met kinderwagens en buggy’s. Maar nog veel drukker is het in de zijstraatjes, waar de beweging van veel Spanjaarden als van nature stolt rond de statafels van kroegjes en cafetaria’s. Als Spanjaarden elkaar willen ontmoeten doen ze dat bij voorkeur op straat. Gevolg is dat we in de weekeinden, waar we ook komen, altijd grote gezelligheid rond de terrassen van de horeca vinden. Hier zie je ook de échte tapa: mensen die een bar uitkomen met in elke hand een glas met daaróp een schaaltje met wat te eten. Eigenlijk wil je er wel deel van uitmaken, zélf ook wat drinken en een tapa halen en gewoon aansluiten bij zo’n tafeltje om een gesprek te beginnen met de mensen hier. Maar daarvoor ontbreekt toch hde taalvaardigheid en het zelfvertrouwen.

Het kost ons een klein uurtje om naar dit levendige centrum te wandelen en we verbazen ons over de kapitale villa’s én luxe appartementencomplexen die we onderweg tegenkomen. We eten wat in het modernistische Sympl aan de hoofdstraat. Prima tent, maar 42 euro voor vier biertjes en drie tapa is een beetje duur, vinden we inmiddels.

Terug kiezen we ervoor eerst weer af te dalen naar de kust en dwalen dientengevolge tussen nóg mooiere sierlijk ommuurde villa’s met tuinen waarin immense palmbomen vergenoegd ritselen van de rijkdom. Eenmaal aan het strand hoeven we niet door het zand te ploeteren, want over vrijwel de hele breedte van Benicàssims stranden slingert een plankier tussen zand en boulevard, met talloze op- en afgangen. Dus dat is ook fijn voor onze met cerveza verzadigde kuiten. Het is warm, de branding ruist lieflijk, de zon schittert op de zee. Helemaal goed.

0 Comments

Comments are closed.