Albarracin, donderdag 19 februari

Het is hier in Benicàssim heerlijk, maar dat is het elders (waarschijnlijk) ook, dus we gaan er weer op uit. Aanvankelijk voert de route ons door kustgebied met veel bedrijvigheid, maar na een half uurtje moeten we westwaarts, dat is landinwaarts. Het landschap verandert spoorslags. Wég zijn de steden, fabrieken, bedrijfsgebouwen en citrusvruchtenplantages. Ineens is het aardoppervlak zacht glooiend. We rijden door lange stukken ongecultiveerd dennenbos, waarbij de stammen vrij ver uit elkaar staan en de droge geel-rode grond eronder zichtbaar is. In de kronen wemelt het van de nesten van processierupsen. Later breekt het landschap open en rijden we tussen heel matig geaccidenteerde landbouwvelden, waarop nu niets werkelijk lijkt te groeien, behalve een dun groenige waas, die doet vermoeden dat althans gepoogd wordt hier iets te telen. Om ons heen is het plat, droog, leeg en kaal. De aarde is rood, het doet ons denken aan het zuidelijker gelegen La Mancha. Alleen aan de verre horizons zien we bergtoppen, soms nog met wat sneeuw. Het waait flink, dus houden we ons tempo laag. 

We stoppen om te tanken en steken de weg én een hobbelige lege asfaltplak over voor een cortado met croissant in het stereotype Spaanse wegrestaurant Hostal del Norte. We stappen per abuis naar binnen door de slagerij die ernaast gevestigd is, maar die een open verbinding met het restaurant heeft. De toog is wel tien meter lang en is tegelijk een bar en een afhaalbuffet voor koude en warme maaltijden. Op twee plekken staan een brede tapasvitrines met de heerlijkste gerechten. Tegen de achtermuur staan twee grote baristamachines te stomen en te sissen en erboven hangt een drie meter brede plank, van rand tot rand gevuld met sterke dranken en likeuren. Menig chauffeur bestelt een koffie met een borrel erbij. Nog boven de dranken hangen meer dan honderd droge Spaanse hammen klaar voor consumptie. Alleen op de onderste rij hebben ze een omgekeerd parasolletje, dat het druipen van het vet moet voorkomen. 

Op zo’n vijftig kilometer van onze bestemming ontwaren we voor het eerst een lage bergketen waarop we lijken af te stevenen. We gaan van de snelweg af en komen op een kaarsrecht asfaltlint van een kilometer of tien (A1512), voordat het ineens gaat slingeren, stijgen en dalen op een smalle weg. Nog altijd geen hoge bergtoppen, maar wel korte, steile hellingen in een woest geërodeerd landschap. Welk geologisch proces en bruut natuurgeweld dit land heeft gevormd is ons een raadsel, maar het is indrukwekkend. We zijn aanbeland in een vreemd, voor ons nieuw landschap, namelijk dat van de autonome regio Aragon. Alleen die naam al roept associaties op met de middeleeuwen, ridders, koningen en heroïsche veldtochten. En dat klopt. Wist je dat het huidige Spanje (mede) uit deze regio is ontstaan?

Geschiedenis

Het gebied Aragon begon rond 800 als een Frankisch graafschap, maar onttrok zich snel aan die macht, alleen om daarna afhankelijk te worden van de (toen) nog grotere macht van Navarra. Toen de oude koning daarvan (Sancho III) het aardse voor het eeuwige verruilde, kreeg zijn (onwettige) zoon Ramiro het stuk toebedeeld. Diens dochter Petronila trouwde met graaf Ramon Berenguer IV van Barcelona, wat een aanmerkelijke gebiedsuitbreiding inhield. Vanaf dat moment werd gesproken over de Kroon van Aragon en die bezat zo’n beetje het hele oosten van het schiereiland. Maar let op: na een hele reeks nakomelingen huwde een van de Aragonese nazaten in 1469 de koninging van het ernaast gelegen Castillië. Aha!!! Nu gaat bij jullie vast een belletje rinkelen. Dat koppeltje kennen we namelijk als de beroemde Katholieke koningen: Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castillië. Het samengaan van die koninkrijken betekende de facto het ontstaan van Spanje, want het echtpaar is weliswaar het meest bekend als het voortvarende koppel onder wier bewind de Moren uit heel Spanje werden verdreven, maar het slaagde er ook in om vrijwel alle feodale heersers uit de rest van het land aan zich te binden. Daarvoor schuwden ze vijandige overnames niet, Ferdinand was een vermaard veldheer, maar meestal wisten ze met diplomatie en economische voordelen de Spanjaarden te verenigen.

Albarracin

Even terug: vierhonderd jaar daarvoor (11e eeuw) bouwde de Berber-familie Banu-Razin in het hart van dat gebied (wat nu Aragon is) en aan de uitlopers van het bergmassief Sistema Ibérico een geducht moslimbolwerk in een poging de familiebezittingen veilig te stellen. De naam Albarracin is van hun naam afgeleid. Helaas (voor hen) weerstond het versterkte stadje de katholieke reconquistadores niet, maar gelukkig (voor ons) de tand des tijd wel. Het dorp is vorige eeuw zorgvuldig gerestaureerd en werd al in 1961 nationaal monument. Resulaat: je wandelt pardoes 500 jaar terug de tijd in. En precies dát doen we. Nadat we onze caravan op de peperdure camping hebben gezet, wandelen we in een klein half uurtje naar het casco historico voor een eerste indruk. Waarvan acte.

Het is hier prachtig. Maar die temperatuur, daar moeten we weer even aan wennen. Vannacht wordt het nul.

 

0 Comments

Comments are closed.