Albarracin, vrijdag 20 februari

Vannacht de e-kachel zachtjes aan laten staan. ‘s Morgens was het buiten nul, binnen bijna 13. Gaskachel aan dus en raad eens: net toen het 20 graden aantikte, stopte hij er mee. Met geen mogelijkheid meer aan de praat te krijgen. Dan koelt het snel weer af natuurlijk. Buiten 6 graden en winderig, dus een leuke wandeling zit er niet in. Aangezien we dit hele gebied niet kennen, leent zich de dag voor een gemotoriseerde verkenning. We beschikken immers over een personenauto en hoeven dus niet, zoals camperaars, met bankstel, keuken, toiletruimte, opbergschuur, fietsenstalling en bed op pad.

1 Het zout der aarde

In de buurt is veel natuurschoon en het nodige aan culturele historie. We gaan er gewoon op uit en komen een verrassing tegen: een salinas. Die kennen we van de kuststreken, zoutpannen waarin zeewater verdampt en zout wordt gewonnen. Hoe doen ze dat op 1.000 meter hoogte? We rijden een onverhard weggetje in tot we niet verder mogen. Verder te voet. Het landschap is bizar van kleur. Aan de ene kant rode grond en aan de andere kant groen. Denk er de blauwe lucht bij, met vegerige strepen wolkenwit en je hebt een prachtpanorama. Het was hier kennelijk ook koud vannacht, in de schaduwen van de berm van het pad ligt nog ijs. Na een mooie loop van 20 minuten komen we bij de salinas. Het zijn, net als aan de kust, zoutpannen, maar dan een paar maten kleiner. Een bord legt het uit. De bergen aan weerszijden van de vallei zijn uit lagen opgebouwd. In een van die lagen zit zout in het gesteente. Regenwater drukt het uit de berg en het stroomt langs de bergwand naar beneden. Met dammetjes en gootjes vangen ze de zoutwaterstroom op en voeren die in de zoutpannen. Ook gebruiken ze pozos (putten), waar het zoutwater zich vanzelf in verzamelt, maar dat schijnt langzamer te gaan. De zoutwinning vindt hier al van oudsher plaats, maar was halverwege de 19e eeuw big business. Alleen al rond deze winplaats waren vier fabrieken. Het zout werd gebruikt voor consumptie, voor de leerindustrie en het zouten van hammen, waarmee het nabij gelegen Teruel rijk geworden is. Vanaf 1978 vindt de winning alleen nog als oud ambacht plaats, commercieel is het niet rendabel meer.

2 Een waterval

We vervolgen onze autorit. Over de koers hoeven we niet te denken, er is maar één weg. Die volgt de slingerende Rio Guadalaviar. Het is een smalle kloof, waarbij de rotswanden soms net zover overhellen als de weg breed is. Het heeft wel wat griezeligs om daaronder te rijden. Omdat het zo slingert kun je soms niet sneller dan 40km. Toch komen we al snel bij verrassing twee: een waterval van 20 meter.

Aan het riviertje hadden we al gezien dat er veel water is op dit moment. Op tal van plaatsen spoelt het over de oevers of over akkertjes of door bosstroken langs de stroom. De waterval toont het ook. Er is die ene, de aangekondigde, maar links en rechts ervan stromen grote en kleine extra watervallen van en tussen de rotsen en vegetatie naar beneden. Het is een betoverend mooi schouwspel. Er is iets van een pad en beveiligingsmaatregelen, maar het is verre van gedomesticeerd. We klimmen en klauteren als apen over rotsige uitsteeksels. Wat een feest voor de ziel, dit speelse watergeweld op deze onwaarschijnlijke plek; je verwacht het niet op een sierra in Spanje.

Ja, we gingen ook nog even uitstekend lunchen in Calomarde met een heerlijk menu del dia.

3 De kloof van La Hoz

En door, op de oneindig slingerende weg naar het onbekende in de Sierra de Albarracin. De volgende surprise dient zich snel aan. Vlak na het dorp Calomarde kondigt een bord de Ruta del barranco de La Hoz aan. Over dát wandelpad lazen we dat het zich door de nauwe kloof perst, waarbij je soms over aan de bergwand hangende bruggen loopt. Leuk! Auto aan de kant, wandelen maar. Zei ik al dat het water in de rivier hoog staat? Hier staat het zó hoog dat het over het pad stroomt. De eerste overstroming weten we behendig op wankele stenen balancerend te overwinnen. Bij de tweede echter, zuigen Corrine’s sneakers zich gretig vol met ijskoud water. En de derde is een onneembare barrière; het water staat enkeldiep over een afstand van wel twintig meter. Met bergschoenen durven we dat aan, maar niet met onze streetwear. Op de terugweg ververst Corrine het koude water in haar schoenen.

4 Teruel en de Bodas de Isabel Seguras

Oké, wandelen doen we dan maar niet meer. Weet je wat, niet al te ver weg ligt Teruel, een oude stad, bekend om zijn Mudéjar bouwkunst, laten we daar een kijkje nemen, kunnen we meteen boodschappen doen. Blijkt 50 minuten rijden te zijn, tja het gaat niet snel natuurlijk. 

Als we de stad willen inrijden, stuiten we overal op dranghekken met plakkaten en ‘verboden in te rijden’ borden. Bij toeval komen we langs een parkeergarage dus duiken we daar snel in. Als we vijf (!) verdiepingen terug naar boven hebben gelopen, valt het ons op dat het erg naar houtvuur ruikt. Verrassing vier.

In het oude stadsdeel (Casco historico) zijn veel straten afgezet, flanerende mensen hebben de ruimte ingenomen. Velen daarvan gaan gekleed in schitterende middeleeuwse gewaden. Sommigen als koning of princes, anderen als ridder, boef, berber of ambachtsman. Hele families doen mee aan de verkleedpartij. Overal op de trottoirs en pleinen zijn erfjes afgebakend met houten hekjes of dikke touwen. Daarbinnen staan grote middeleeuwse tenten met historische parafernalia eromheen, zoals bijlen, zetels en lansen en steevast is er een walmend houtvuur met een grote pan aan een driepoot erboven. Heb je geen houtvuur, doe je hier niet mee, kennelijk. Als het in de middeleeuwen ook zo rokerig op straat was, snap je dat de mensen niet oud werden. In de tenten staan lange tafels en daaraan zitten de gasten met drank en eten. Het is een vrolijk tumult, met goede luim en luid gelach. De mensen zijn hartelijk, een paar keer worden we uitgenodigd erbij te komen. Dat durven we niet.

Elk jaar vind deze grootse Fiesta plaats: de Bodas de Isabel de Segura (de bruiloften van Isabel de Segura). Het feest duurt drie dagen, mensen uit heel Spanje komen erop af. Ik sprak iemand uit Madrid en een ander uit Bilboa. Op vrijdag (als wij er toevallig op stuiten) bouwt iedereen zijn tent en stand op (er is ook veel handel) en verzamelen de deelnemers zich op hun erf. Het zijn namelijk families, beroeps- of sociale groepen of andersoortige communes die een ‘tent’ organiseren. Op zaterdag en zondag is er centrale programmering (meer dan 100) met theater, muziek, schijngevechten en de intocht van de ridders. Het historisch spektakel speelt zich af rond de tijd dat de katholieken de moslims terugdreven, maar het hoofdthema is het hartverscheurende liefdesverhaal van Isabel de Segura en haar geliefde Diego de Marcilla. Zij huwde noodgedwongen een ander, maar je kunt raden wat er gebeurde toen Diego na lange tijd terugkeerde en ze elkaar weer ontmoetten. De scene met ‘de kus’ is het hoogtepunt van het weekeinde. En naar het schijnt is het op het stampvolle grote plein waar het theaterstuk wordt opgevoerd muisstil als zich daarna het onvermijdelijke noodlot voltrekt. Ik zag een filmpje van publiek waar de tranen over de wangen rollen. 

Spoiler alert: je kunt het mausoleum van de Geliefden van Teruel bezoeken. Wij deden dat niet, want alles is dicht op deze feestdag. Wat begrijpelijk maar ook hilarisch is.

Het doet een klein beetje denken aan carnaval natuurlijk. Maar wat ons in uitermate positieve zin opvalt: 1) geen dertien-in-een-dozijn tering-boemboem-herrie, en 2) de decentrale opzet, er is centrale programmering, maar de mensen zelf vullen de straten en pleinen met hun vrolijke terreintjes.

Wat een bijzonder dag weer.

0 Comments

Comments are closed.