Wenen, donderdag 7 mei
Gezien onze ervaring van gisteren, vind ik Wenen geen fietsvriendelijke stad. De routes zijn rommelig, de bestrating vaak slecht en de nietjes zijn overbezet met grijs verstofte fietsen van langparkeerders. Het openbaar vervoer is daarentegen uitmuntend. Je koopt voor 9,20 een 24-uurs ticket voor alle OV-modaliteiten. Die stempel je één keer af (de begintijd van de 24 uur) en daarna stap je op bus, tram, metro en S-bahn. Geen idee trouwens wat die laatste is. Tweehonderd meter van onze camping is een busstation en daarmee krijgen we toegang tot het wijdvertakte netwerk van het Weense OV.
Habsburgers
We reizen met bus en metro naar Schloss Schönbrunn, het bouwkundig opus magnum van de Habsburgers. Ze heersten bijna 650 jaar over een soort van rijk dat versnipperd lag over heel Europa en ook in overzeese gebieden invloed had. Het is niet zo dat sprake was van een natie met een volk en een grondgebied. Het was meer een samenwerkingsvorm tussen talloze hertogdommen, vorsten en andere feodale structuren. Dat ze het zo lang volhielden de macht binnen de familie te houden, kwam door een uitgekiende huwelijksstrategie, een decentrale macht en het daardoor onvermijdelijke en onophoudelijke leep onderhandelen. Dat ging dan meestal ten koste van de bevolking, want de Habsburgers deden louter zaken met de adel en de clerus. Iedereen kent wel de namen Rudolf, Ferdinand, Leopold, Maximilian. Toen de mannelijke opvolging opdroogde kwam de vermaarde Maria Theresia. En ergens in de janboel van broers, zussen, neven en nichten en al hun kinderen, huwde Habsburger Frans-Jozef 1 een beeldschone adellijke Beierse princes, die waarschijnlijk de meest bekende van allemaal is: Sisi. Elisabeth Amalia Eugenie in Beieren was de onmiskenbare Lady Di van de late negentiende eeuw. Een politiek gemotiveerde aanslag maakte een eind aan haar leven en de eerste wereldoorlog maakte een eind aan de hele Habsburgse dynastie. Maar ruim voor die tijd hadden ze dankzij jarenlange schaamteloze zelfverrijking al een buitenproportioneel paleis aan de (toen) rand van het Wenen laten bouwen. Het was eerst een jachtslot, maar dat brandde een paar keer af en was te klein voor een echt feestje, dus besloot Maria Theresia dat de zomerresidentie van de Habsburgers een echt paleis moest worden. Of het (dus) in de winter leeg stond weet ik niet, maar dat zou goed kunnen, want 1.441 kamers verwarmen is een enorm gesleep met houtblokken.

Schönbrunn
We kunnen niet anders dan dit Unesco cultureel erfgoed bezoeken en zijn niet de enige. Het metrostation loopt leeg op een groot parkeerterrein voor touringcars, waarvan een stuk of dertig hun lading al hebben gelost. Aan de overkant van de asfaltplak strekt zich een geel gebouw uit, dat vrijwel de hele breedte van het blikveld in bezit neemt. Oostenrijks-geel heet die kleur, sinds de bouw van dít paleis. Ervoor bewegen groepjes mensen zich als nijvere mieren allemaal in dezelfde richting, namelijk naar een doorgang tussen twee hoge zuilen, van waarop gouden adelaars met dreigende half-open vleugels op het gepeupel neerkijken. We laten ons gewillig meevoeren op de stroom en komen op het majestueuze voorplein van het slot, dat juist op dit moment weerzinwekkend ontsierd wordt door de opbouwwerkzaamheden voor de Wings for Life World Run; hekwerken, steigers, partytenten en bouwvakkers. In een automaat kopen we het goedkoopste kaartje, dat geeft toegang tot de ‘state appartments’ en dat kost 28 euro. Daarvoor mogen we veertig minuten door wat vleugelkamers en de ceremoniële zalen en kamers dwalen. Een audiotour is inbegrepen. De Habsburgers zijn er niet meer, maar het beroven van gewone burgers gaat hier gewoon door.


Goud
Aan rijke despoten die hun roem en ‘succes’ uitdragen kleeft maatschappelijk onbehagen en exuberante pracht en praal is natuurlijk olie op het vuur. Dit paleis is een etalage van de ongebreidelde pronkzucht van de rijken, maar bij elke gouden deurknop vraag je je af waaraan dat geld beter besteed had kunnen worden. Maar natuurlijk is het ook mooi. Heel mooi zelfs! In de grote galerij verlenen de hoge ramen, de grote kroonluchters en spiegels het overwegend witte interieur met omnipresente gouden ornamenten en plafondschilderingen een luisterrijke uitstraling. Je komt ogen te kort. De ruimte is lang, breed en hoog en het valt bijna niet op dat er zich misschien wel honderd bezoekers aan vergapen. De kleine galerij is nauwelijks minder indrukwekkend én heeft twee zijkamers (de Chinese kabinetten) die, ondanks hun kleinere schaal, overweldigend mooi zijn. Toch is de met een audiotour begeleide route, die aan het begin van de tour door wat eenvoudiger kamers voert, het meest indrukwekkend. Met immersieve audio-visuele technieken reis je door de geschiedenis van het barok-rococo paleis en dat is werkelijk schitterend gedaan.





Kasteeltuin
Dit is geen tuin maar een groot park (435 hectare) en het is een klere-eind lopen van het paleis naar het op een heuvel gelegen Gloriette, een symmetrisch paviljoen met eetzaal in het midden, gewijd aan de ‘rechtvaardige oorlog’. Onderweg passeer je aan de voet van de heuvel de fontein van Neptunus. Je kunt ‘m bijna aanraken en dat maakt het ding nog indrukwekkender. Vanaf het paleis gezien lijkt de Gloriette een schattig tuinhuis op een heuveltje, maar kom je dichterbij, blijkt het een joekel van een gebouw van 84 meter breed en een flinke klim. Van daarboven heb je een fantastisch uitzicht op Wenen en het paleis, dat nu op zijn beurt bijna een bescheiden optrekje lijkt. Het is onvoorstelbaar dat dit enorme paleis met park ruim honderd jaar in bezit was van, en gebruikt werd door maar één familie en dat – kennelijk – alleen in de zomer?


Naschmarkt
Nassen is een (vergeten) bargoens woord voor lekker eten en dat is precies waar het op de hele Naschmarkt over gaat. De markt is een lange, slingerende strook grond, waar op een paar kilometer drie rijen kramen, winkels en restaurants naast elkaar staan, met twee ‘straten’ ertussen. Wat zo’n honderd jaar geleden begon als een multiculturele straatmarkt voor etenswaren en kruiden uit heel de wereld is uitgegroeid tot een gevestigde dagelijkse markt, met een werelds culinair aanbod. Vanaf metrostation Kettenbrücke (U4) loop je er zo op, maar niet zo gemakkelijk weer vanaf. Aan beide zijden van de gangen liggen de overheerlijkste lekkernijen uitgestald in schier onuitputtelijke veelvoud. Dat paleis getuigt van rijkdom, maar de échte weelde vind je hier. Het gaat van zout naar zoet en zuur naar pittig. Verse groenten, exotische kruiden, gedroogde vruchten, balkan zoetigheden, sprankelend fruit. Ertussen zitten restaurants met een kleine binnenruimte en door luifels overdekte terrassen. Uitbaters in de middelste rij hebben aan beide zijden een terras. Als we voor een late lunch tussen de kraampjes en tafeltjes scharrelen is het er nog gezellig druk. En even divers als het culinaire aanbod is, zijn de bezoekers dat ook, jong en oud, internationaal, keurig en curieus. We eten in een Turks restaurantje prima dagmenu’s (gegrilde kipstukjes op wokgroenten en barlauch met champignon risotto).


Secession
Voordat we naar de camping terug gaan willen we nog even het beroemde Wiener Opernhaus zien, maar we verdwalen en komen per ongeluk voorbij het wonderlijke bouwwerk secession. De Wiener Secession is de Weense stroming van de Jugendstil en was tevens de naam van de lokale kunstenaarsvereniging. Het maffe gebouw is ontworpen door architect Joseph Maria Olbrich en munt uit in onpraktisch ruimtegebruik, maar is bekend door het beroemdste lid van de kunstenaarsvereniging: Gustav Klimt, die hier het Beethoven fries schilderde met als hoogtepunt de ‘wereldse kus’ en als verrassing: hele stukken onbeschilderde muur. In het gebouw hebben drie kunstenaars een (tijdelijke) installatie, de eerste bestaat uit vervreemdende zaalbrede kale landschappen, de tweede uit een kamer met hoopjes kleding en in de derde bengelt een blauwe rok aan het plafond, die schokkerig draait op het geluid van een waanzinnig gillende vrouwenstem. Voordat wij ook kierewiet worden bevrijden wij onszelf van deze van de wél begrijpelijke kunst afgespleten (secessieve) beeldtaal en zoeken de houvast van het daglicht. Alleen om daarna in het relatieve duister van metro comfortabel huiswaarts te reizen.


Tjonge wat een drukke dag. En morgen nóg een keertje Wenen in.
Aan het eind van de middag fiets ik even naar de ‘bucht’, het zwemparadijsje voor wat foto’s. Zoals beloofd.




2 Reacties
Volgens mij moeten jullie na zo’n dagje Wenen ‘s avonds volkomen op apegapen liggen met zoveel indrukken. Ik weet niet of ik Wenen aan zou kunnen. Heerlijk om te lezen, zelfs daarvan moet ik even bijkomen.
De Mühlwasser is precies wat ik ervan verwachtte: het Paradijs.
Op naar nog een dagje Wenen. Man-o-man…
Ja, we zijn wel een beetje op aan het raken, dus lassen we een paar dagen rust in.