Linz, maandag 4 mei

We fietsen vandaag radicaal de andere kant op. Met de stroom mee richting Linz, de op twee na grootste stad van het land. Waar kennen we Linz eigenlijk van……. Nou ja, Hitler en Eichman hadden hier hun momenten. Hm. Gelukkig lieten ook Kepler, Bruckner en Wiesenthal hier hun sporen na. Het lijkt erop alsof deze grote en drukke stad aan ieders aandacht is ontsnapt.

Begrijpelijk. We wandelen erdoor, mooie gebouwen, indrukwekkende kerken, maar nergens wordt het zo immersief als in Nürnberg. Als we op een brede straat terecht komen, horen we het knarsen van staal op staal en komt een tram aan gerommeld. ‘Het lijkt hier wel Amsterdam,’ zegt Corrine. Inderdaad. maar wel andere gebouwen en significant minder toeristen.

Is dit alles? Oei, wat zijn we verwend met wat we tijdens onze reizen allemaal tegenkomen. Onbewust, denk ik in retrospectief, zoeken we naar iets bijzonders, iets geweldig uitmuntends, iets wat Linz moet gaan onderscheiden in onze herinnering. Van arren moede lopen we maar weer een kerk in, de oude dom, die is zeker mooi, met een symmetrisch grondplan, peperdure zuilen, waarboven maagdelijk witte, maar rijk geornamenteerde kruisgewelven en gordelbogen die het licht dankzij de heldere ramen ruimhartig over de ruimte verspreiden. Hoera, een lichte kerk, maar wéér die ten hemel geslagen blikken, de vroom gevouwen handen, schonkige christusfiguren en al dat misplaatste, verspilde goud. Als je dan naar buiten stapt, is de werkelijkheid van het felle zonlicht en de 28 graden Celsius toch weer bevrijdend.

We zoeken op deze zomerse dag naar een door bomen overdekt terrasje om het knorren in onze magen te stillen én af te koelen, maar welk straatje we ook in slaan, het is allemaal steen. Dan maar naar binnen in een traditioneel klinkend etablissement: het Stiegl Klosterhof. Blijkt die een enorm tuinterras te hebben, overdekt door een stuk of twintig kastanjebomen. We eten hier het dagmenu (12,90) van Wiener suppe (een rijke heldere soep) en Paprika Hendl (kipfilet in superieure paprikasaus met crème frêche) en – hier komt het – Butter Spätzle. Dat laatste blijkt een door-en-door Oostenrijks deeggerecht, van dezelfde samenstelling als een knoedel, maar dan over de rasp gehaald, allemaal kleine klontjes. Eigenlijk wel lekker en in elk geval veel beter dan zo’n zompige meelbal. Met twee hefe weizen erbij en twee espresso machiatto zijn we 48 euro kwijt. Inclusief het door de ober zelf al toegevoegde trinkgeld. Ik heb maar niet gevraagd hoe dat kan.

Linz is interessant, de lunch heerlijk, maar het hoogtepunt van onze dag is toch het fietsen langs de Donau. Op de heenreis kruisen we die over de waterkrachtcentrale, op de terugweg nemen we het eigenaardige pontje bij Ottensheim. Van de camping tot Ottensheim is het spectaculair mooi, maar tussen Ottensheim en Linz rijd je op een fietspad, pal naast een drukke rijksweg (de 127). Ook in Linz zelf laat de fiets-infrastructuur veel te wensen over. Maar hé, het kan en het is altijd beter dan de auto.

Terug op Sportliga Linz dompelen we ons in het drinkwatermeer, dat vandaag helemaal zo koud niet meer aanvoelt en genieten daarna van het zomerse weer.

1 reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *