Arnes, zaterdag 25 februari

Van Albarracin naar Arnes is 226 kilometer, waarvan zo’n maar zes op de snelweg. Voor de rest is het regionale weg en soms een stukje -wat hobbeliger- lokaal. Een fantastische rit. 

Het eerste stuk over de hoogvlakte (1.000m) kennen we van onze tocht naar Teruel. Maar nu slaan we voor die stad linksaf, richting noord-westen. We blijken een gevarieerd gebied in te rijden. Eerst krijgen we hoge geel en oranje rotspartijen, met daartussen tamelijk desolate hellingen. We komen door weinig dorpjes en we zien weinig bebouwing op het land. Dan -ineens- verandert de kleur van de grond en is het diep terra-rood. Het levert een bijzonder contrast op met de groene vegetatie die zowel op de natuurlijke hellingen als op de landbouwgronden opkomt. Er is nu ook sprake van een sterke stijging. We rijden een heel stuk op 1.400 meter hoogte en over een pas van 1.434. Daar is het weer heel rotsig en kaal. Het wemelt van de witte windmolens die hun wieken traag bewegen. We stoppen bij weer zo’n typisch Spaans wegrestaurant, vinden een tafeltje tussen de vrachtwagenchauffeurs en werklieden en eten een tosti ham-kaas. Da’s jammer, maar we dachten echt dat we iets Spaans bestelden. Het is kei-gezellig, want zoals gebruikelijk is de Spaanse conversatie luidruchtig. Veel bezoekers kennen elkaar. Als ze koffie bestellen, gaat er een flinke scheut Sobrano (Spaanse cognac) bij. Ik vrees dat dat ook voor de chauffeurs geldt, die ons later tijdens afdalingen onverschrokken gaan inhalen. Tussen Valdeconejos (het dal van de konijnen) en Escucha (luister) gaat het een paar keer met 6% omhoog en omlaag. 

Guirlandes

De hellingen en valleien om ons heen zijn volop beplant met olijf- en amandelplantages. Die laatste staan volop in bloei. Het is alsof we verwelkomd worden door kilometers lange guirlandes in wit en roze, de een nog kleurrijker dan de andere, fris contrasterend met grijze en bruine rotswanden, diep groene dennenbossen en gelardeerd met het ingetogen groen van de olijfbomen. We rijden door een filmlandschap als hoofdpersonen in een road movie, een fantasie. Nog even en dan klinkt ook een fanfarecorps en houdt de burgemeester een toespraak. Daarna gaan we naar onze hacienda die uitkijkt over de weelderige olijf- en amandelvelden. Een lang zandpad slingert over de heuvels, een bevriende boer lacht en zwaait naar ons. Morgen zullen we samen koffie drinken en bijpraten. We zetten in de avondzon een lange tafel neer en al onze familieleden en vrienden schuiven aan voor een overvloedig maal, tot de schemering invalt en we de vuurkorven ontsteken. 

Tja, dat doet reizen met je. Het schudt het brein los.

We houden van het onverwachte, maar verheugen ons ook met het vertrouwde. Langzaamaan zakken we naar 600 meter hoogte, waar we de bergen achter ons laten, en die vanaf nu onze horizon vormen, tot we de lange vallei bereiken waarin Arnes ligt, op gemiddeld zo’n 400 meter. Waarachtig herkennen we stukken en bij aankomst op onze camping zien we tot onze vreugde dat het restaurant in bedrijf is. De zon straalt, de lucht is blauw, het is 21 graden. We zoeken zelf een goede plek uit en laten ons daarna verwennen door de Spaanse keuken met een menu del día.

Bestemming bereikt.

0 Comments

Comments are closed.