Arnes, zondag 26 februari

Voor een bewoner van een stuk grond dat pas in 1968 droogviel en waar pas vanaf 1976 huizen werden gebouwd, is het een bijzondere gewaarwording om in landschappen te verkeren waar de geschiedenis is verweven met het landschap.

Vanuit onze caravan kijken wij uit op een indrukwekkende bergketen: de Ports de Tortosa-Beseits, versimpeld tot Els Ports. Het is de meest noord-oostelijke uitloper van de Sistema Ibérico, waar we op onze vorige stek (Albarracin) ook al in zaten. Maar hier in deze bergen komen de drie oude koninkrijken van de Kroon van Aragón bijeen (Valencia, Catalunia en Aragón), in een drielandenpunt dat ligt op 1.350 meter hoogte op de top van de Tossal dels Tres Reis (de piek van de drie koningen). We zijn er niet naartoe geklommen. Ook liepen we niet naar de Cim de Caro (de top van de Caro), op 1.442 meter de hoogste in de keten, van waaruit je bij helder weer helemaal over de Ebro delta uitkijkt en bij kraakhelder weer zelfs Mallorca kunt zien liggen. Het is wel verleidelijk, maar nee, het is te hoog en te steil voor ons, zoals het ook voor de meeste andere mensen is. De uit de aardkorst omhoog geperste kalksteenformaties hebben grillige vormen, loodrechte rotswanden en getande toppen. Bergstromen van regen en smeltwater etsten er diepe kloven en ravijnen in. Bijzondere dieren voelen zich hier wel thuis, waaronder vale gieren, wilde zwijnen en de zeldzame Spaanse geit. Voor de mens is het moeilijk toegankelijk en daarom uiterst dun bevolkt. Dat is er de reden voor dat de verzetsbeweging tegen Franco, de Maquis, het vanaf de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) en de Tweede Wereldoorlog met aanslagen, sabotage en berovingen tot in 1960 wist vol te houden. En dat is nog maar recente geschiedenis. Natuurlijk lieten ook de Moren en, lang daarvoor de Romeinen, hier hun sporen na.

Enkele rivieren die uit de hoogten naar onze vallei komen zijn wel toegankelijk. Twee jaar geleden liepen we een betoverende route langs de Riu dels Estrets. Morgen doen we dat nog eens, maar deze keer maken we er een rondje van, om de Mola dels Biarnets heen (700m hoogte). Vandaag beperken we ons tot een loop van bijna 2 kilometer naar Arnes over een langzaam stijgende landbouweg tussen akkers en boomgaarden. Op de terrasmuurtjes groeit ‘gewoon muismos’, waar het inderdaad aan doet denken.

In Arnes slingeren we een beetje door de oude, als historisch erfgoed erkende kern, en nemen een koffie in de authentieke Bar Bonaire. Daarna lopen we naar La Palanca del Riu Algar, waar het water te hoog staat en we dus niet verder kunnen. Niet erg hoor, het is heerlijk weer, dus na een stukje terug vinden we een nieuwe route, achter onze camping langs door de boomgaarden met olijf-, amandelbomen en een verdwaalde steeneik of hazelaar, en waar het wemelt van zoemende bijtjes en kwetterende vogeltjes. Waarachtig een lentebloesemtocht. 

0 Comments

Comments are closed.