‘Tijd voor contemplatie’ schreef ik gisteren, maar een beter woord is: luieren. Nietsdoen. De plicht om te overpeinzen zou dan al teveel van het goede zijn. Alleen, we gaan toch wel een beetje op stap. Het is onze natuur. Ik wilde nog een foto maken van de kloof aan het begin van de Pinares de Rodeno, omdat we ons daar bij ons eerste bezoek gehinderd voelden door het aantal (veelal brakke) campers, wat bovendien het meeste van het uitzicht wegnam. Helaas is dat nog steeds zo. Het blijken allemaal jonge mensen te zijn (dat is gauw zo vanuit ons perspectief) en ik zie bij veel van de campers grote matten liggen. Het zijn dus boulderaars. Door een stukje van een pad af te dalen, laat ik de van-lifers achter mij en kan ik wat foto’s maken van de indrukwekkende rotspartijen die de kloof begrenzen. 

Rodeno

Heel het natuurgebied ‘Pinares de Rodeno’ is vernoemd naar dit soort gesteente. We zagen ze ook bij onze wandeling langs de rotstekeningen. Het is rode zandsteen, een sedimentair gesteente uit voornamelijk kwarts-zand, dat door de specifieke mineralenmix van die locatie een rode kleur krijgt. Deze steen begint dus als een gewone grauwe zandkorrel, die ergens aanspoelt en die door geofysische processen onder de oppervlakte (diagenese) aan elkaar hecht tot gekleurde steen. In Spanje noemen ze deze steensoort: Rodeno. Ik daal de kloof niet verder af, die is hier te steil, maar ik loop wel een stukje langs de rand over immens grote bolle Rodeno-boulders met uitzicht op de immens grote bolle Rodeno-boulders aan de overkant.

Als ik terugloop naar de parkeerplaats, annex vrij-kamperen-camper-stalling, valt mij op hoeveel gebroken drankflessen, papier en plastic er slingert. Ook stinkt het in nissen in de rotswand naar pis en poep. Het TV-programma ‘Onderweg naar liefde’ was leuk om te zien, maar kweekte bij mij al weinig appreciatie voor van-lifers en die neemt vandaag nog verder af. Wat een zooitje zelfzuchtige pluk-de-daggers. Hier is de mentaliteit alles voor één en niemand voor ons allen. Zo ga je toch niet met ons aller gezamenlijke openbare ruimte om.

Zucht.

Daarna doen we wat boodschappen in de lokale mercado. Nadat we die in de caravan hebben opgeborgen, wandelen we op ons gemakje nóg een keer naar Albarracin. Een wonderlijk mooi stadje. Met elke zonnestand verandert het van gedaante. Zoals je op de foto’s (van de afgelopen dagen) kunt zien hebben de meeste huizen een rooiige kleur. Dat is logisch, omdat veel gebruik is gemaakt van Rodeno blokken. En ook het stucwerk is gemaakt van klei van dezelfde oorsprong. We willen de kathedraal even zien, want naar verluidt is in het interieur het gevecht met de beperkte ruimte zichtbaar, maar het prevelpaleis is gesloten. We komen niet verder dan het voorportaal. 

Afscheid

Terwijl we door het stadje laveren, merkt Corrine op dat we een beetje een afscheidsrondje aan het maken zijn en zo voelt het inderdaad. We hebben en hadden het hier erg goed. Reden dus voor een afscheidsmaal en geheel volgens onze exacte planning, komen wij rond etenstijd voorbij een knus Spaans restaurantje gewandeld: La Realda. Een dagmenu voor 19,50 met zes opties voor primero, segundo en postres. Elk. Incluido pan, vino en agua. We bestellen en prompt zetten ze een hele fles witte, een hele rode en een fles mineraalwater op tafel. We mogen zelf inschenken wat we willen, blijkt dat ze gewoon de dagmenuprijs rekenen. Voor 43 euro drie-gangen, drie wijntjes elk, een paar glazen water, twee cortados en de fooi. Het blijft toch verbazingwekkend dat het kan.

Straks opruimen en inpakken. Morgen op reis. Richting het Parc Natural dels Ports de Tortosa-Beseit. We waren er twee jaar geleden al eens: Arnes. Liever zouden we naar een onbekende bestemming rijden, maar die vonden we niet in de richting die we willen. Erg is het niet, want het is daar prachtig.

0 Comments

Comments are closed.