Nürnberg, vrijdag 24 april

Vandaag was een dag zó fijn dat we nauwelijks nog weten hoe hij begon. O ja: we dachten dat het al acht uur was, maar verkeken ons op de klok. Dus zaten we iets over zeven aan het ontbijt. Tijd zat daarna over de invulling van de rest van de dag te denken. Maar die wisten we ook die: een kleine wandeling langs een beroemd kanaal en door een kloof.

Ludwig-Donau-Main-Kanal

Nooit over nagedacht dat een waterwegverbinding tussen de Noordzee en de Zwarte Zee nuttig zou kunnen zijn. Karel de Grote wel. Hij probeerde er vergeefs een aan te leggen in 793 (Fossa Carolina), maar de Beierse koning Ludwig 1 lukte het pas in 1846. In de onwaarschijnlijk korte tijd van tien jaar liet hij een 173km lang kanaal aanleggen dat de Main verbindt met de Donau. Het hoogteverschil van 266 meter (!) werd met 100 sluizen bedwongen, op zestig plaatsen moest het kanaal uitgegraven worden, op 70 plekken door middel van dammen verhoogd aangelegd. Ze bouwden 69 sluis- en kanaalwachtershuisjes, zeven havens en tien aquaducten. Dat laatste ging niet altijd goed. Bij het kruisen van de Schwarzach (waar we wandelen) bouwden ze een 90 meter lange constructie van zandsteenblokken die met een boog van 15 meter lang 17,5 meter hoog over de rivier moest gaan. Bij gebrek aan zand op deze plek werden de binnenruimtes werd gevuld met klei-aarde. Toen het water in het kanaal werd gelaten, zwol het kleipakket op en dreigde de hele structuur uit elkaar te barsten. Ijlings werd het bouwwerk ontmanteld en opnieuw gebouwd, nu met holle, lege binnenruimten. In 1846 werd het kanaal in gebruik worden genomen en dat was geweldig, al was dat vooral symbolisch. Want het kostte het dagen om met een kleine (paarden)trekschuit van de Donau naar de Main te varen. Grote schepen pasten er niet in. Dat hadden ze zeker van tevoren kunnen bedenken, maar ja, tegen koninklijke ambitie is geen verstand opgewassen. De waterweg werd binnen een paar jaar ingehaald door de trein, letterlijk als het ware. Vanaf de jaren vijftig van vorige eeuw begon men het kanaal in ere te herstellen en wij wandelden vandaag van sluis 52 naar 59, over het jaagpad dat als een trap met treden van 150 meter lengte door de het langzaam dalende landschap snijdt.

Schwarzachklamm Wanderweg

Wij lopen over het beruchte zandsteenviaduct over de Schwarzach, en het voelt stevig genoeg aan. Te weten dat zich binnen de muren van de constructie kathedraalachtige ruimten, wekt onze nieuwsgierigheid, maar voor een bezichtiging moet je een afspraak maken. Dus dalen we aan de overkant af naar Schwarzachkloof. Halverwege móet je over het enorme terras van Waldschänke Brückkanal, waar we bij wijze van tol een Apfelstrudel met Vanillesosse bij de koffie bestellen.

Negligé

De Schwarzach heeft zichzelf een lange slingerende route gegraven, van de Tsjechische grens tot waar hij zichzelf verliest in de Rednitz. Hier nabij Schwarzenbruck liggen formaties van gele en rode zandsteen, waar het onstuimige riviertje zich een weg door moest banen. Het werd een diepe kloof met wisselende breedte en een koel-vochtig microklimaat dat op tal van plekken heeft geleid tot uitbundige mosgroei met allerlei klein groen ertussen en soms een wit bloempje. In de zon is het heet, want er staat geen zuchtje wind hier beneden, maar loop je in de schaduw van de bomen of onder de door erosie gevormde zandsteenluifels is het lekker koel. Stromend water in zandsteen schept zulke mooie vloeiende vormen en holtes. Waar de steen wat zachter is erodeert hij, waar het harder is weerstaat het de stroom. Zo ontstaan grillige vormen, kommen en zuilen met daartussen zandige of kleiige terrassen die levensruimte geven aan eiken, elzen, berken en weet ik nog wat. Lager tiert allerlei struikgewas welig en de grond gaat meestal schuil onder dichte bodembedekkers. Het is nog vroeg in het voorjaar en het loof is nog pril, schaars en licht van tint. De natuur is nog slechts gehuld in haar negligé en toont haar bevallige schoonheid zonder schroom.

Het wandelpad volgt de Schwarzach een kilometer of twee, maar het is daarom niet minder divers en verrassend. Het ene moment loop je in een smal bos tussen de kloofwanden, daarna loop je op de rotsige helling zélf of hangt het oranje gesteente boven je hoofd. De foto’s illustreren de veelzijdigheid. Op een loopje van nog geen tien kilometer zoveel variëteit, het is een cadeautje.

Zeppelintribune

Op de terugweg rijden we langs de Zeppelintribune. Als er iets is dat herinnert aan het megalomane van de Nazi’s, dan is dit het wel. In 1909 landde hier een Zeppelin, maar dat was niet meer dan de naamgever. In de jaren daarna werd het een groot sportveld van ca. 300x300m met, voor de toeschouwers, aan drie kanten grasdijken en aan de noordkant een lange houten tribune. Hitler liet in 1933 zijn architect Speer de houten tribune vervangen voor een monumentaal gevaarte van kalksteen, beton en tegels, geïnspireerd op het altaar van Pergamon. Het hele complex bood ruimte aan 320.000 mensen, waarvan er allen al op de wal- en hoofdtribune 70.000 konden plaatsnemen. Op foto en film zijn de partijdagen van de Nazi’s vastgelegd die hier plaatsvonden. Duizenden mensen in het gelid, tussen schijnwerpers, vlaggen en hakenkruizen. Het grote hakenkruis boven het podium in het midden van de tribune werd al in 1945 opgeblazen, maar jarenlang wist Nürnberg niet goed wat te doen met deze erfenis, die in 1973 tot monument werd bestempeld. In 2004 besloot de stadsraad unaniem het erfstuk op te laten knappen en er een geschiedenismonument van te maken. Ze begonnen eraan in 2024 en het moet in 2030 af zijn. Een lang verhaal als excuus dat we van de hele 320 meter lange trappenstribune alleen de verweerde trappen konden zien, omdat verder alle gebouwdelen in de steigers staan. In 2030 nog maar eens terugkomen dus, want alleen de dimensies van het spektakelstuk zijn al overweldigend. 

1 reactie

  • Ik weet niet wat het is, eerste kruist Matisse onze paden, en nu kanalen. Maar dat lees je wel in ons verslag.
    In Duitsland word ik altijd wat mistroostig van herinneringen aan de nazitijd. Dit verhaal kende ik niet. Een arena voor 320.000 mensen. Hoe verzin je het.
    Mooi om te zien dat de natuur zelf kunstwerken maakt die steeds maar weer verbazen. En dat ik weer mee mocht lopen op deze adembenemende tocht is zo ‘s avonds op een camping in Frankrijk een cadeautje.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *