Wie reist, heeft lange verhalen, maar korte dagen. Of deze filosofische stelling hout snijdt, moet ik nog nader overdenken. Maar breng gerust je mening in, lieve lezer, als je hier iets van vindt. Feit is dat de dagen sneller voorbij lijken te gaan als we onderweg zijn. Meer kilometers, minder beleving. Misschien gaat ons brein in spaarstand terwijl het landschap voorbij glijdt. Wat strikt taalkundig genomen onjuist omschreven is, want wij gaan voorbij aan het landschap. Maar het idee is dat de prikkel dooft door almaar nieuwe vergezichten tot ze op elkaar gaan lijken. Pas als je stopt en de tijd neemt om echt te zien, start het proces van perceptie weer. Denk ik.
Saint-Etienne-du-Bois, maandag 2 maart

De tocht van zuid naar noord voerde ons langs het stroomgebied van de machtige Rhone. De rivier was altijd in de buurt. Nu niet. Vanaf Lyon koersen we oostwaarts. Saint-Etienne-du-Bois ligt nog wel in het Rhônedal, maar kruipt al tegen de eerste glooiing van de Jura aan, de immense kreukel in de aardkorst die Frankrijk van Zwitserland scheidt. Camping Le Sevron ligt op een mooie plek in de kronkels van een leuk riviertje, die ze dezelfde naam als de camping hebben gegeven (Le Sevron). Het eerste dat we ons afvragen is waar het bos is, dat in de plaatsnaam wordt vermeld. Sans-Bois dus. De uitbater is tot 18.00u afwezig, maar laat door een papiertjes aan de deur weten dat we een plekje mogen uitzoeken. De perceeltjes zijn deels verhard, wat camperaars er natuurlijk niet van heeft weerhouden de grasstrookjes ernaast totaal aan gort te rijden. Toch gaan we hier beslist geen twee nachten blijven! De weg door het dal volgt de loop van de rivier en komt ter hoogte van de camping omlaag in een lange slome bocht. Een kilometer verder loopt een spoorlijn. Allemachtig, we zijn omringd door verkeerslawaai. Zonder twijfel de onrustigste camping die we ooit aandeden. Ook doen de uitbaters weinig zichtbare moeite om het terrein op niveau te houden. Geen aanbeveling deze plek.
Quigney, dinsdag 3 maart
Dus wilden we vandaag naar Port-sur-Saone rijden, waar we een camping municipal op het oog hebben. Vriend Peter K. (te B.) tipte ons echter over het stadje Salins-les-Bains, laten we daar nou pal langsrijden. Dus slaan we af als de navigatie zegt dat we rechtdoor moeten. Dat is altijd leuk. En het blijkt ook een erg leuk stadje, waar ze nét bezig zijn de hoofdweg nóg leuker te maken. Aan twee kanten opengebroken, één rijbaar beschikbaar, stoplichten, rijen wachtenden. Omdat we in een goede bui zijn, vinden we zelfs dat nog leuk, want het geeft ons de tijd een beetje om ons heen te kijken. We vinden de camping, die ziet er prima uit, goede ligging, mooi sanitair, en de aankleding is ook weer erg leuk. Als we na een tijdje de propriétaire hebben gevonden, blijkt dat het sanitair totaal buiten gebruik is wegens vorstschade. Wanneer dat gerepareerd wordt durft hij niet te voorspellen. Hm. Je moet je grenzen stellen. Kakken kan gerust in een camper, maar niet in een nobele Eriba. Terug de verkeerschaos in.

Promenade
Ze zijn dun gezaaid in deze tijd van het jaar, maar ietsje verderop in het gehucht Quigney is er nog een camping open. En dat blijkt een voltreffer. Prachtig aan de oever van de Loue, met uitzicht op vrolijk rommelige Franse huizen en wat ontluikende Jura-bobbels. Naar het dorpje is het maar 10 minuten lopen, zegt de vriendelijke campingjuffrouw. Daarna stapt ze op een Segway S2 en raast er met Olympische snelheid vandoor. Zij is er waarschijnlijk in 2 minuten. Na installering aan de waterkant en een uurtje verpozen in de zon, wandelen we naar (10 minuten) en door (10 minuten) het vriendelijke minidorp. Er zijn twee restaurants, een bakker, salon de thé en een supermarktje. En een kerk met meer zitplaatsen dan er inwoners zijn. Camping les Promenades in Quigney: aanbevolen.


Nog precies 100km naar onze vrienden in Bougey. Maar morgen eerst naar de zoutpannen (Salins).

0 Comments