Nürnberg, maandag 20 april

Voordat we aan de reis-maandag beginnen eerst nog iets over onze zondag in de omgeving van Haiger. 

Zondag 19 april

Die dag begint uitermate nat. In het duister van de nacht horen we het afwisselend tikken en trommelen op het dak. Als de ochtend schemert, wakkert ook de wind flink aan met vlagen tot 6Bft. Niets om van wakker te liggen en dat doen we dan ook niet. We dutten (kennelijk) weer in en worden pas na 08.00 weer wakker. Het regent op dat moment iets minder, dus we maken in wild wapperende ochtendjassen, half verscholen onder een mini-paraplu, een slalom-afdaling langs spontane stroompjes op het pad, richting sanitairgebouw. Buiten douchen kan nog niet, en wil je ook niet in deze wind, maar wat is het toch heerlijk om in een open ruimte onder de douche te kunnen, in plaats van in zo’n achterlijk benauwd douchehokje. De vereniging (FSG Siegen) heeft de zaken goed op orde. Het is echt een eigen terrein voor de 150 leden, waarvan er zo’n 50 een domeintje hebben, maar de faciliteiten zijn goed en gasten welkom. Alleen het weer zit teveel tegen en dus vertrekken we maandag.

Haiger – Dillenburg 

Maar eerst maken we een autoritje, langs het nieuwe Hailo, en door Haiger. Als bij een duif zit de route nog in mijn brein. Vijftig jaar geleden wandelde ik van mijn gastgezin, de Schultes, naar de fabriek aan de andere kant van het spoor. De weg klopt, maar van de bebouwing herken ik helemaal niets. Toch leuk om even langs te rijden.
Dóór naar Dillenburg. Van het slot met zijn prachtige herenhuizen resteert weinig anders dan verspreide stapels stenen. Maar de Wilhelmsturm die ervoor in de plaats kwam herken ik wel terstond. We parkeren de auto langs de Dill, gratis op zondag, en wandelen over kunstig gelegde basaltkeitjes tussen soms danig scheefgezakte vakwerkhuizen over de Hauptstrasse en Kirchberg, tot we het niet langer kunnen uitstellen en de Schlossberg wel móeten bestijgen. Het dreigt continu te gaan regenen, de wind is vlagerig en koud. Van onderen ziet de toren er indrukwekkend uit, misschien vooral dankzij de hoge verdedigingsmuren van het vroegere slot die wel bewaard bleven. Maar eenmaal boven is het toch een wat ielig bouwsel, dat beoogt te gedenken dat dé Willem van Oranje hier werd geboren. Met vele andere voorouders, broers en zussen, neven, nichten en nakomelingen, want dit hele gebied is geboortegrond van de al die Nassau’s, die zich door hun veelvuldige, weinig selectieve copulatie van een plek in de geschiedenis vergewisten. ‘Van Duitschen bloed’ dus en als je bedenkt dat het ‘Oranje’ zijn oorsprong heeft in Orange in Frankrijk, snap je niet dat nog steeds niemand in het geweer is gekomen tegen deze gelukzoekers. We bezoeken het Oranje- en Stadsmuseum in de toren niet, want het zou jammer zijn met dit weer binnen te zitten. 

Siegen

Een kleine dertig kilometer verderop ligt Kreisstadt Siegen. We rijden er over de Bundesstrasse heen (277), wat aanbevelenswaardig is, want het is een mooie tocht over heuvelachtige wegen (soms 14% stijging), door een fraai, half gecultiveerd landschap. Soms vergezichten over golvende open akkers, nu nog braak, dan weer door tunnels van bomen met (a)pril groen en door blinkend verzorgde kleine nederzettingen. Wat een keurig volk woont hier toch.

Siegen ligt op een steile heuvel en kent een boven- en een ondercentrum, die door een weergaloos slechte infrastructuur van elkaar gescheiden zijn. Maar we vinden een parkeergarage. We slenteren doelloos door de onderste Altstadt en eten een verlate, veel te dure lunch in het briljant leuke Cafe Noir. Nog nèt daarbinnen gezeten, veranderen we onze plannen voor de rest van de middag, want vanuit het niets stortregent het en vormen zich wildwaterbanen langs de stoepen. Als het even onverwacht ineens weer droog is, lopen we met een kleine omweg terug naar de auto. Rijden we de parkeergarage uit, begint het alweer te regenen. Kortom, we zagen ongeveer de helft van de binnenstad van Siegen.

Siegen, Altstadt
In de Altstadt van Siegen

Terug in de caravan proberen we telefonisch een nieuwe slaapplaats voor Eribaatje te vinden, maar het zit niet mee. De eerste camping kan geen gasten ontvangen, want ze zijn aan het verbouwen. De tweede kan het ook niet, want ze hebben het gras net ingezaaid. We besluiten dan maar een stuk verder te rijden: Sonnenfreunde in Nürnberg wordt het.

Maandag 20 april, reisdag

Het is droog, maar ai, wat is het koud. Slim als we zijn douchen we ook koud, net als thuis. Daarna is het buiten bijna lekker. We breken ons kampement op, rekenen contant af en nemen afscheid van de sympathieke Werner en zijn vrouw. De rit naar Nürnberg is 345 km lang en biedt verder weinig noemenswaardigs. Het kampeerterrein waar we ons hebben aangemeld ligt nét buiten de stad Nürnberg, tussen een smalle weg en een klein riviertje: de Rednitz. Na een druk verkeerslicht gaan we rechtsaf en daalt de weg een paar meter naar het niveau van het dal en rijden we ineens in landelijk gebied. Een bizar abrupte overgang. We rijden pardoes de ingang voorbij, waarschijnlijk omdat precies hier, tegenover de ingang van het terrein een oud stoomlocomotiefje van het Feldbahn-museum staat te pronken. Tegen zo’n afleidingsmanoeuvre is niets opgewassen.

Bier uit Beieren

Sportgemeinschaft Sonnenfreunde is een vereniging die ooit meer dan duizend leden had. Tegenwoordig zijn het er ongeveer driehonderd, maar er is weer een kleine groei door vooral jongere leden, vertelt ons de hartelijke gastheer Oliver. Dat valt te begrijpen, want het is een fantastisch terrein, met een reusachtig clubgebouw, waarin prima sanitair, een sauna met voeten- en dompelbad, tennis- en tafeltennisbanen, volleybalveld, een verwarmd zwembad (dat over precies één week open gaat, haha), kunst op de plee en voor de gasten mooie plekken aan het grote groene grasveld in het midden. En dan heb ik het nog niet de verenigingszaal, met daarin een grote bar, waarachter een menshoge koelkast met vijftien soorten bier. Na het installeren van ons verrijdbare onderkomen, kies ik er twee uit om in de warme zon van te genieten. Een ‘Helles’ en een ‘Dunkleres’. We zijn hier goed terecht gekomen. In Beieren.

Een kleine selectie van de keuze.

Morgen de stad bezoeken. 

3 Reacties

  • Je hebt het schrijven nog niet verleerd hoor Bart. Leuk verslag om te lezen. Ben benieuwd naar het vervolg van jullie avontuur.

  • Ik had het voorspeld… Die Heimat ist Bier 🙂
    Sta je te pinkeln… kan je Matisse bewonderen.
    Zo te lezen is dit heel wat anders dan de zonzoekersverhalen, maar zeker zo leuk. Verandering spijs doet eten. Ik kan je in Beieren de Schweine-axe mit Sauerkraut aanbevelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *