Albarracin, maandag 23 februari
We komen vandaag te lopen op maximaal 1420 meter hoogte. Gelukkig hoeven we niet op het waterniveau van de Middellandse zee te starten. De hoogvlakte waaraan onze sierra grenst, ligt namelijk al op ongeveer 1.000 meter en heeft een hoogste top van 1.856 meter. Hoe vreemd is het niet dat we hier weer op de zeebodem blijken te wandelen. De ondergrond is sedimentair en extreem gelaagd. Ons pad gaat voor een groot deel over zulke bodemlagen die uitsteken alsof het balkons zijn. Op sommige punten zien we weer ‘salto’s’; waar de laag verticaal gekruld is. Dat we zo goed kunnen zien hoe de miljoenen jaren oude ondergrond is opgebouwd, komt door de Rio Blanco. Je kunt zelf wel bedenken waarom dat riviertje die naam heeft gekregen. Het wilde water sleet vanaf het begin der tijden een diepe kloof in de rotsen, zodat onderzoekers zonder te boren tot diep onder het oppervlak kunnen kijken. Geologen ontdekten dat stukken van de sierra zelfs dateren van vóór de grote continentale drift.
Ik zeg het maar even, dat jullie niet denken dat we een wandelingetje in het park gaan maken.
De kloof die de Rio Blanco heeft uitgesleten heet Barranco de La Hoz. Het smalste stuk heeft een eigen naam gekregen: Cañon de los Arcos (de bogen). Dat is omdat je door natuurlijk gevormde tunnels loopt, waar de rivier zich ondergronds door de substraten wurmde. Die aardlagen zijn van zand- en kalksteen (residuen van schaaldieren) en die laten zich door water graag oplossen en wegspoelen. De kloof is daardoor over het algemeen gesproken diep en smal.
De wandeling
De wandeling begint net buiten Calomarde. Aanvankelijk is er een aangelegd wandelpad, met muurtjes en lantaarnpalen. De vele regen in de voorgaande weken veroorzaakt niet alleen een hoog waterpeil van de rivier, maar ook stroompjes die uit de bergwanden komen om zich bij de rivier te voegen. Het pad is daardoor op veel plaatsen overstroomd. Met gympies kom je niet ver, maar met bergschoenen en stokken gaat het prima. Die blijken later ook zeer van pas te komen, want door de smalte van de kloof moét het pad wel de kloofwand op. Dan kom je dus te lopen op wat ik substraatbalkons noem. Ze zijn soms erg smal. De overheid heeft op een paar plekken zelfs kettingen gespannen, zodat je je met een hand zekeren. Niettemin is het een uitdagende wandeling, fysiek intensief en op sommige stukjes best een beetje spannend. Maar wat krijg je daar voor terug?




Hemels
Een ongekende weelde van natuurschoon. Indrukken die zo diep gaan dat je volledig opgaat in de omgeving en het moment. De rivier murmelt en ruist, en bij watervallen buldert hij, vogels fluiten en tsjirpen, hagedisjes schieten ijlings uit de weg, hoog boven ons cirkelen vale gieren. Er zijn vooral veel dennenbomen, maar ook verschillende doornstruiken, grassoorten en een onherkenbaar riet. Direct aan het water groeit een gewas van dunne takjes met een opvallend rode kruin. De rotswanden zijn grijs, geel, oranje en rood. Er groeien grassen en paarsige vetplantjes tot in de kleinste scheurtjes. En het water, dat almaar aanwezige prachtig stromende water, is kristalhelder, en het kleurt wonderschoon turkoois, behalve waar het in stroomversnellingen in het helderste wit bruist.




Zintuigen
Je komt zintuigen te kort tijdens deze wandeling. Je moet goed opletten hoe en waar je loopt, want een uitglijer betekent een val van misschien wel twintig of dertig meter. Maar de omgeving eist continu je aandacht op, want vervult je met pure vreugde. Dus je wilt ook om je heen kijken. Je moet. Hier zijn, betekent ook er helemáál zijn en je eraan overgeven. Waar het pad te gevaarlijk werd, of onmogelijk, bouwden ze metalen bruggen die aan de wand hangen. Je komt boven het water te lopen, tussen de beide zijden van de kloof, die je bijna tegelijk kunt aanraken. Bij de bogen (los arcos) moet je bukkend onder het gesteente door. Erbovenop groeien bomen. Het geheel van sensaties laat je niet alleen fysiek, maar ook mentaal versmelten met de omgeving.






Warm en koud
De temperatuur is een genadige 18 a 19 graden. Maar het ene moment loop je dertig meter boven de rivier, op een smal pad tegen een kale rotshelling in de brandende zon. Het volgende moment, na een steile afdaling, kom je terecht op een strookje verende bosgrond onder dennenbomen en is de schaduw weldadig koel. Bij een bocht in de rivier, waar de zon een van de kloofflanken verwarmt, gooi ik alles uit en stap onvervaard in het water. De felle stroming zuigt aan mijn benen, de ondergrond is van lichtgroene alg en glad. Ik schuifel voorzichtig naar een wat dieper stuk om mij zachtjes in het koude nat te laten zakken. Aan koud douchen ben ik gewend, maar dit is toch van een andere orde. Maar daarom niet minder heerlijk, want ik voel mij verwelkomd en opgenomen in de pracht van de natuur hier. Het juiste woord is: één. Daarna ben ik blij weer wat op te warmen in de zon met een energiereep en wat te drinken.


Genoeg
De hele kloof heeft een lengte van zo’n 7 km (enkele reis). Wij liepen in totaal maar 7,9 km. We keerden dus op ongeveer de helft om. Voor een deel omdat het bikkelen was bij de overstromingen en we daarover ook weer terug moeten, maar ook omdat we het wel genoeg vonden. Moet je kijken wat we hier in een paar dagen beleefden. Het is tijd voor contemplatie. Morgen een rustdag, wat boodschappen en voorbereiden op de reis van woensdag. Bestemming? Nog onbekend. Dit is voor ons het echte reizen.


Op de terugweg kwamen we ook nog deze stroomversnelling in de vallei tegen

0 Comments