Zgornje Jezero, maandag 18 mei

De dag start zonnig, maar er is een ijskoud windje. De voorspelling is dat het in de middag gaat regenen met mogelijk een klap onweer. Dat is een tegenvallertje. Maar niet getreurd, 20km zuidelijker zit de Seeberg pas, die de grens vormt met Slovenië. Wat westelijker kun je over de Loibl pas weer terug Oostenrijk in. Een rondrit van een uur of twee. Met de auto natuurlijk.

Omhoog: vijftien

Van waar wij rijden, zuidwaarts op weg 82, ziet de bergketen die de grens tussen Oostenrijk en Slovenië vormt er indrukwekkend uit. Zij strekt zich uit van west naar oost, zover het oog reikt. Maar kom je dichterbij, dan verandert er iets in je perceptie. Die machtige bergen lijken steeds hoger te worden, steeds onneembaarder en dreigender. En tegelijk met dat je weet dat je er doorheen en overheen zult moeten gaan, vraag je je ook steeds meer af hóe dat in hemelsnaam mogelijk is. Het roept een aangename verwachtingsvolle spanning op en tart je voorstellingsvermogen. En dan ineens is er de eerste haarspeldbocht en is de klim naar de pas begonnen. Vijftien scherpe bochten liggen als een ontwarde dunne darm achter elkaar over de bergwand gekruld. Door de dichte bossen zie je maar korte stukjes van de weg en krijg je zo nu en dan een doorkijkje naar de hoge toppen die je nu steeds dichterbij waant. Even plotseling als de klim aanvangt, eindigt zij ook. Het is bijna een deceptie; een parkeerplaats, wat versleten douane-gebouwen en enkele informatiepanelen op 1.219 meter hoogte.

Seeberg pas

Belgen

‘Mevrouw, wilt u een foto van ons maken?’, vragen twee jonge Belgische mannen aan Corrine. Ze zijn hier op de fiets naar boven gekomen. Geen trapondersteuning, niks. Da’s kranig. Maar het is nog bonter. Ze zijn in Wenen vertrokken en volgden al de hele oostgrens. Ze zien er monter en blij uit, verheugd dat ze het hebben gehaald, denk ik, maar ik ben al moe van het op de weg houden van de auto. Ze zijn voornemens nog een flink stuk Slovenië te doen en dan over een andere pas terug naar Wenen. Wat een jeugdige dadendrang.

Omlaag: zes

We laten ons, met onze hybride in de sportstand op de motor remmend, rustig afzakken in de Sloveense Kamnische Alpen. Zo nu en dan draai ik een parkeerplaats op om een lint achtervolgers voorbij te laten, iedereen heeft maar haast tegenwoordig, wij niet. Als we in Zgornje Jezero zijn aangekomen hebben we zes haarspelden gekromd en besef ik dat we een bezoekplek hebben gemist: het pittoreske meer van Jezero. We zien dat we er vanuit het dorpje ook naartoe kunnen lopen en dat verkiezen we boven terugrijden. Het is een mooie wandeling over een steenslagpad, slingerend tussen een bomenrij in het midden van een smalle vallei. Dus ja, we lopen langs een snelstromend beekje dat ons met zijn blije geritsel continu begeleid. We komen een oude Sloveen tegen, hij slentert op zijn sloffen over het grit. We maken bij gebrek aan overeenstemmende taalkennis een gebarenpraatje. In een onvermoed lenige beweging, alsof hij een ladder beklimt, toont hij heel beeldend, dat je rondom dit hele gebied maar één kant op kunt: omhoog. Daarna wijst hij met zijn vinger omhoog. En inderdaad, als we onze weg vervolgen, begint het zachtjes te druppelen, maar daar blijft het bij.

Plansarsko Jezero

We vinden het meertje en het ligt inderdaad betoverend tussen beboste hellingen aan de voet van een machtig steenmassief met witte flanken en toppen, waarvan ik de naam niet hoef te kennen omdat die ondoorgrondelijk Sloveens is en jullie die toch ook niet kunnen lezen, noch uitspreken. Terwijl we er staan trekken de wolken verder samen, hoog op de bergen staat nog zon, maar wij bevinden ons al onder de donkerte van de wolken. Het kristalheldere meer verliest er wel wat van z’n bekoring door. We stellen onze terugtocht niet uit, maar worden toch al na een paar honderd meter op een ferme regenbui getrakteerd. We vluchten onder twee hoge dennen, die hun kruinen ineen hebben gevlochten tot een dichte paraplu en staan een kwartiertje gedwongen te contempleren tot het is opgeklaard.

Plansarsko jezero, Slovenië

Terug in Gornje is het inmiddels 13.00u en willen we een broodje eten. Wat daar het dichtste bij komt blijkt een pizza te zijn, dus dat doen we dan maar. Vers op een houtvuur bereid, geweldige bodem, rijke vulling en veel te groot. We eten allebei de helft van onze pizza en pakken de andere helften in aluminiumfolie in. Het stortregent weer en de bergen om ons heen zijn in de grijze lucht volledig verloren gegaan. Met een kop koffie treuzelen we tot het weer droog is.

Oostenrijk-Hongarije, Joegoslavië?

We rijden een stuk door Slovenië. De verschillen met het landschap van Oostenrijk zijn minimaal. Dat is logisch als je de geschiedenis kent. Het hele gebied heeft lange tijd deel uitgemaakt van het Habsburgse rijk; wat een veelsoortige verzameling van min of meer autonome gebieden was, veeltalig en etnisch verdeeld. De geschiedenis is veel te wispelturig geweest om het uit te leggen, maar het komt erop neer dat na talloze claims en schermutselingen pas in 1919, nadat de laatste tandenknarsende Habsburger afstand had gedaan van ‘zijn’ Oostenrijk-Hongarije, bij vredesbesprekingen in Frankrijk de grens tussen de nieuwe republiek Oostenrijk en het toenmalige Joegoslavië (nu Slovenië) werd vastgesteld. Rondom de definitieve landsverdeling ontstonden volksstromen over en weer, waarmee de bevolking zich schikte naar de meest gesproken taal in het gebied: Duits of Sloveens. Aan de Oostenrijkse kant van de grens is het gebied echt tweetalig. Aan de Sloveense kant niet en daar spreken ze Sloveens en anders liever Engels.

Mauthausen

Als de klim naar de terugweg-pas is begonnen, rijden we onverwacht langs een gedenkplaats uit de Tweede Wereldoorlog. Het blijkt dat hier en aan de Oostenrijkse kant concentratiekampen van de Nazi’s lagen. Op de plaats van de lastige hoge Loibl-pas (1300+ meter) wilde Duitsland een snellere verbinding met Slovenië. Een Oostenrijkse aannemer wilde die klus wel doen met gratis werkkrachten die de SS van kamp Mauthausen naar hier haalde. 1.600 voornamelijk politieke gevangen en krijgsgevangenen werden gedwongen een tunnel uit te graven tussen de twee landen. De omstandigheden waren erbarmelijk en ook al hield de SS geen cijfers over slachtoffers bij, men gaat ervan uit dat het uitvalpercentage erg hoog was. Wie het niet volhield, maar nog wel leefde, werd eenvoudigweg vermoord en verbrand, of terug gebracht naar Mauthausen voor dezelfde behandeling. Heel veel mannen hielden het niet vol, want behalve hard werken in slechte condities, schiep de kampcommandant er behagen in de mannen af te (laten) tuigen. Dat liep zó de spuitgaten uit dat zelfs de Oostenrijkse aannemer bij de SS ging klagen dat teveel werkers uitvielen als gevolg van de mishandelingen. Die kampcommandant werd van zijn taak ontheven, maar de gruwelijke dwangarbeid ging onverminderd door.
Van het kamp is weinig meer over dan wat gehavende muurtjes en trapjes, omzoomd door rechte rijen hoge dennenbomen, maar het kunstwerk genaamd J’accuse maakt grote indruk met een grillig gehavend menspersoon ingesloten door massieve gemetselde zuilen van graniet dat uit het binnenste van de berg afkomstig is.

Loibl pas concentratiekamp (dependance van Mauthausen), Slovenië

Ongeveer vijf minuten verder onderweg rijd je met bezwaard gemoed de tunnel in. Je passeert de landsgrens tijdens de rit door de 1,5km lange tunnel. Pas in de jaren zestig werd die gemoderniseerd en verbreed naar twee rijbanen. De wanden zijn glad gestuct, de rauwe bergwand is uit het zicht, de harde werkelijkheid verborgen, het is bijna dragelijk om door deze tunnel te rijden die voor een groot deel door de dwangarbeiders werd aangelegd. Cynisch detail in dit verhaal is de naam. Loibl pass is de Duitse naam. In het Sloveens is het Ljublj. Ljoeblj, klinkt dat op z’n Sloveens, maar als Nederlander lees je jubelpas, dat dekt allerminst de lading.

Het is een weinig romantisch traject en totaal onvergelijkbaar met de échte Loibl pas, die al door de Romeinen in gebruik was genomen, maar die zo steil en gevaarlijk was, dat hij na de modernisering van de Loibl-tunnel helemaal voor gemotoriseerd verkeer werd afgesloten. 

De rit terug naar de camping voert ons over kleine smalle binnenwegen, met wegkanten van steenslag. De Oostenrijkers rijden als bezetenen en het stof slingert soms meters de hoogte in. Ze gunnen zich geen tijd het weelderige landschap in zich op te nemen zoals wij dat doen. Misschien went het om in zo’n mooie omgeving te wonen en verlies je de interesse. Al van verre zien wij de ons bekende witte toppen in beeld verschijnen; de Petzen glinstert ons verwelkomend toe.

3 Reacties

  • Mooi verhaal weer, Bart, met een zwaar en emotioneel slot: die tunnel, aangelegd door dwangarbeiders. Toch wel raar om er nu doorheen te rijden, al is hij wel veranderd.
    Wij hadden het er vandaag nog over op de camping in Duitsland. Dat oude Duitse mannen op de camping nog zo kunnen schreeuwen. Het deed me denken aan de verhalen die mijn familie mij vertelde over de oorlog. En dan jouw Mauthausenverhaal. Ik kijk er als tweede generatie toch wat anders tegenaan dan de huidige generatie. Ik had vorige week een bijna-botsing met een Duitser. Ik kan niet anders dan hem toebijten dat ik de fiets van mijn vader terug wil. En nee, dat is geen juiste reactie, maar het is wel iets dat mijn ouders me hebben meegegeven. Het blijft gevoelsmatig voor mij raar.

    • Ja, zo’n gedenkplek is één, maar het resultaat van die dwangarbeid in gebruik nemen is nog een stapje verder.
      Ik denk dat veel Duitsers een schuldcomplex hebben en dat misschien verwerken door te over-schreeuwen. Net als onzekere puber-jongens. Plus dat de wat ouderen zich staande proberen te houden in een veelal vijandige omgeving, maar waar zij part noch deel aan hadden. Ik denk dat het veroorzaakt dat ze zich wat afzijdig en superieur gedragen en die combinatie is mateloos irritant. Maar ik geloof niet dat veel Duitsers zich ook superieur voelen.

      • Ik denk ook dat het voor veel Duitsers lastig is om met het verleden te leven. Nee, ik denk ook niet dat veel Duitsers zich superieur voelen, zeker niet. Voor mij is het lastige dat mijn familie me veel heeft meegegeven wat het voor mij ook lastig maakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *