Wachten op de bus vlakbij de camping

Aspern, zaterdag 9 mei

Vonden we het eerder deze week nog leuk, de heldere roep van de koekoek, inmiddels begint de saaie schreeuwlelijk ons de keel uit te hangen. Horen we een zwartkopje en een merel afwisselend kunstig riedelen, komt telkens die koekoek er met z’n geblèr overheen. Met dát observeren en nog wat boodschapjes doen, was onze dag verder wel gevuld.

Nationalpark Donau-Auen, zondag 10 mei

Zo’n ledige dag als gisteren kunnen we best nog een keer aan, maar we willen toch een kijkje nemen in het Nationalpark Donau-Auen, waar onze camping nét niet in ligt, maar ons zwemwatertje wél. Dit is een natuurgebied met een bewogen geschiedenis. Het was een overstromingsgebied van de Donau, met tal van waterloopjes, moerassen en andere wetlandcultuur. Na de indamming aan het einde van de 19e eeuw, verdroogde het en klonk het in. Maar al snel kwamen er natuurprojecten en werden waterlopen hersteld en daarmee ook de natuurlijke gesteldheid van het gebied. In de tweede helft van de 20e eeuw wilde een elektriciteitsmaatschappij een waterkrachtcentrale in de Donau bouwen (bij Hainburg), wat zou betekenen dat dit hele herstelde (!) stroomgebied weer verwoest zou worden. De Oostenrijkers gingen massaal in protest, op z’n ‘Amelisweerds’. Bezettingen, ontruimingen, ophef. Zo erg dat de bondskanselier op enig moment een totale pauze moest inlassen om de gemoederen te bedaren. Uiteindelijk besloot de politiek (door de rechtspraak in de goede richting geduwd) dat de natuur beschermd moest blijven. Bijzonder is dat de Oostenrijkse politieke partij Grünen als gevolg van de acties in dit gebied werd opgericht.

Zwiebelrostbraten

Zo’n prominent natuurgebied willen we dan wel effe zien. De uitgelezen manier om het gebied te verkennen is per fiets, want het is 483 vierkante kilometer groot. Het is dus tevens de enige manier. Langs de Donau kunnen we over een fietspad heen en dwars door het gebied terug. Ons keerpunt is ongeveer halverwege de voormalige overstromingsgebieden, het gehucht Schönau. We beginnen met na de eerste twee kilometer al een pauze in te lassen op het terras van de Chillerei, schilderachtig gesitueerd aan het Oberes Mũhlwasser om onder het mom van Moederdag een traditionele Weense lunch te eten; gedünsteter Zwiebelrostbraten met Kaiserschmarn toe.

Kale dijk

Maar uiteindelijk moet er toch gefietst worden. Het pad loopt eerst door het bos onder onze camping langs, voorbij ons zwemparadijsje en komt al snel uit naast een hoge dijk die de Donau getemd moet houden. Kort daarna buigen we noordwaarts en rijden pardoes middendoor een enorme olietankopslag, waar een sterke diesellucht hangt. Aan het eind komen we weer onder de dijk te fietsen en dat blijft zo, helemaal tot aan ons keerpunt. Tjonge wat een saai stuk fietsen. Rechts de hoge wal van de dijk, links een natland dat sterk aan de beboste stukken Ooievaarsplassen doet denken en waar je met de fiets niet in mag. Je kunt er wel op diverse plekken in om te wandelen. Vanaf de dijk kijk je tegen zoveel groen aan, dat je het gebied nauwelijks in kunt kijken. Dat gaat zo’n tien kilometer lang door en er is geen ontsnappen aan. Nu ja, niet alles is er voor de mens alleen.

Kale steenslagweg

De terugweg blijkt helaas niet veel beter. Onze fietsapp (Komoot) stelde een route voor over lange rechte wegen van steenslag, die tussen kale landbouwvelden doorsteken, waar de boeren – net als in Nederland – alle diervriendelijke begroeiing tussen de akkers hebben gesloopt. Helemaal niet leuk en tamelijk heet op de koop toe (maar we klagen niet over de zon hoor!). Enfin, komen we eindelijk bij een stuk waar waar we weer het bos in mogen, blijkt dat gritpad na een kilometer dood te lopen. Uiteindelijk vinden we vanuit een nabij dorpje een halfverharde route die weer door het bos loopt. Waardoor het laatste halfuur van onze 30 kilometer verreweg het leukste was. Nee, dat is niet waar, het eerste uur op het terras, dat was het leukst en het op een na leukste was de verfrissende duik in ons zwemparadijsje aan het einde van de dag.

Lobau, maandag 11 mei

Vandaag de laatste dag op Lobau. Morgen reizen we naar het …. zuiden. Verrassing! In plaats van naar het koele noorden van Bach in Dresden en Leipzig, kiezen we voor Karinthië, waar de temperatuur nét een paar graden hoger blijft. Het voornaamste argument echter, is dat we tot dusver voornamelijk tijd in stedelijk gebied spendeerden en we meer van de Oostenrijkse platteland willen zien. En wat meer bergjes ook.

We twijfelden of we vandaag nog een keer Wenen zouden doen. De stad is het zeker waard. Er zijn ontzettend veel bezienswaardigheden, waarvan wij er maar een paar zagen. Er zijn musea die we graag willen bezoeken, maar in deze weken van grote sportmanifestaties en het Eurovisie Song Festival, is deze stad voor ons gewoon te veel van het goede. Overal podia en afsluitingen en veel, veel te veel mensen. We denken erover om een keer met de nachttrein hier terug te komen en ín de stad zelf te overnachten. Wie gaat er mee? Dan is het waarschijnlijk beter behapbaar. Zeker is dat het een geweldige stad is, gegrondvest op Romeinse bodem, maar tot grote hoogte gebracht door de eerzuchtige Habsburgers. Hun rol en aanwezigheid in Wenen is misschien een zegen en een vloek tegelijk. Ze maakten met hun macht en geld Wenen tot de onbetwiste culturele en kunstzinnige hotspot van hun tijd, lieten schitterende bouwwerken verrijzen en brachten grote kunstenaars en vermaarde kunst naar de stad. Dat kan allemaal heden ten dage bewonderd worden. Maar wéér een paleis van de Habsburgers, nóg een crypte met Habsburger tombes, wéér een bronzen Frans-Joseph op een paard, nóg een Sisi-gedenkplaats, je wordt er stapeldol van.

Donder

Bij wijze van afscheid trakteert de natuur ons op een veranderlijk uitspansel met nu eens dottig witte donsbollen in het bleekblauw en dan weer verrassend snel bewegende cumuluswolken, die van vorm veranderen terwijl je ernaar kijkt. Zo sta ik nog in volle zon in een pan te roeren, dan verschijnen er steeds meer witte vegen van uitgesponnen waterdamp hoog in de atmosfeer en niet lang daarna drijven de eerste gestapelde wolkenpartijen onze horizon binnen. Van boven nog wit en pluizig, maar van onder donker dreigend. Het waait met luide vlagen en bladeren, schijnbaar bevrijd van zwaartekracht dansen door de lucht. Dan dondert het in de verte en alras ook naderbij. De populieren zwaaien wild en hun bladeren maken het geluid van een razende waterval. Als het gaat regenen, hoost het ook meteen en ratelt het bozig op het dak en de wind slaat gordijnen van water met vlagen tegen de ruiten. Het rommelt, dondert en knettert, maar wij zitten het natuurgeweld comfortabel uit in onze Eriba. Alles is al droog ingepakt en we kunnen morgen met weinig moeite vertrekken.

The naked chef 🙂

1 reactie

  • Ik denk dat het verstandig is de natuur van Karinthië op te zoeken. Op een gegeven moment heb je genoeg van al die steden.
    En als je fiets, dan houd je vol, al is het 10km saai. Schuin achter elkaar in een waaier zoals bij de prof-wielrenners.
    En die arme Koekkoek. wij vertrekken morgen naar het Schwarzwald. Daar zit die vogel in alle klokken opgesloten en roept dag en nacht offie er uit mag.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *