Weltenburg, donderdag 30 april
We maken er een dubbele uitstap van: eerst een herstelbezoek aan de Donau Durchbruch en dan door naar Regensburg voor de Dom St. Peter.
De Donau Durchbruch
De route naar Kelheim en Weltenburg reden we eerder. Het is eigenlijk een spectaculair mooie rit over een bochtige en heuvelachtige weg met aan beide zijden majestueuze beuken, eiken en sparren. Het lentegroen is sprookjesachtig getint van limoen- tot bosgroen met diep donkere toppen van de sparren die erbovenuit steken. Prachtig.
Even voorbij het plaatsje Weltenburg, in de eerste bocht ná de Durchbruch ligt op de glij-oever Kloster Weltenburg. Maar een kilometer daarvoor ligt al een grote asfaltplak die als parkeerplaats is aangewezen en waar je voor 4,50 euro mag staan. Het is dan nog 1,1 km lopen naar de bocht en het klooster. Voor een beetje ‘trinkgeld’ kun je je ook met de stroom laten meevoeren, grapt de parkeerwachter. “Op een luchtbed”, komt er achteraan. Maar wandelen kan ook, het is “immer gerade aus”. Die man maakt wat van z’n dag.
Als we de bocht ronden komen we onder de hoge muren van het klooster te lopen en met elke stap manifesteert de Donaudoorgang zich steeds meer. De rivier heeft een vanzelfsprekend slingerende, maar verrassend brede kloof uitgesleten met wanden die wel tot 100 40 meter uit het water oprijzen. We lopen op een smal pad tussen kloostermuur en Donau. Je kunt vanaf deze oever maar een deel van de Durchbruch zien. De Benedictijnen hebben zich de hele landtong toegeëigend en er een muur omheen gebouwd. Ook hoger op de berg vinden geen beter uitzicht op de kloof. Wel een kapelletje en een kruisweg met veertien primitief geschilderde staties, die we, omlaag lopend, in omgekeerde volgorde beleven. Het wordt er niks geloofwaardiger door.




Het klooster
Wat als eerste opvalt als je door de toegangspoort de kloosterbinnenplaats binnenstapt is dat het voor éénderde als terras is ingericht. Geen monnik te bekennen, maar wel obers. Ofschoon de kloosterbrouwerij een hele zijde van het plein in beslag neemt, is voor de horeca gewoon een commerciële partij verantwoordelijk. Wij genoten het kloosterbier al uit het aanbod op onze camping :), dus we lopen door. Met enige terughoudendheid openen we de zoveelste kerkdeur, maar stappen dan toch gretig naar binnen. Het is er duister, maar de Benedictijnen waren (zijn?) een rijke orde en dat is in het interieur te zien. Grote bijzonderheid is het altaar, met daarop een op het paard gezeten Sint Joris, op dramatische wijze van achteren verlicht. Alleen al door die lichtval zijn zijn zwaard en de draak als duivels donkere silhouetten zichtbaar. In het overige interieur vinden we natuurstenen altaarelementen, talloze heiligen en heel wat goud. Voor de rest veel te donker om zonder statief goede foto’s te maken.




Slotsom
Wil je de kloof echt beleven, dan moet je een boottocht maken of een twee kilometer wandelpad aan de overkant lopen. Dat doen we niet, we willen nog een keertje Regensburg in. Dat doen we vandaag voor de derde keer. Je leest over alledrie bezoeken in het separate verslag hier.

1 reactie
Toen ik als kind met mijn ouders op vakantie in Duitsland was, wist mijn vader de weg niet meer. Hij zette de auto midden op de weg neer om de kaart te pakken.
Een boze Duitse chauffeur kwam verhaal halen: “Wohin?”, blafte hij. Mijn vader, ook niet van gisteren: “Nach Hause”. Waar de Duitser brulde ‘Immer gerade aus”. Tja, die Duitsers met humor…
Kloosters zijn altijd leuk. Ik fotografeer er wel, maar ja, ik ben maar een eenvoudige kiekjes maker. Iedere keer geniet ik weer van jouw foto’s, Bart. elke foto is een verhaal.