Quigney, woensdag 4 maart
We staan hier op zo’n vierhonderd meter boven zeeniveau en tegelijk een dikke zéshonderd boven dat van de Piëmontiees-Ligurische Oceaan. En dat is nog niet alles. We staan ook nog eens 53 treden ónder het straatniveau van Salins-les-Bains in een 165 meter lang en 12 meter hoog tongewelf dat zo’n 250 jaar geleden werd uitgehouwen in de krijt- en kalksteenlagen van het Juragebergte. Er loopt een ondergronds beekje langs een van de zijden van het gewelf, het kabbelt kalm in het halfduister een halve meter lager dan de zwarte bodem waarop we staan door een natuurstenen kanaal, dat zichtbaar berekend is op veel meer volume. Een modern LED-lint verlicht nu een groot deel van de carverne, maar toen het hier in bedrijf was, bestond elektriciteit nog niet. De brandstofmotor was nog niet uitgevonden, zelfs de stoommachine was nog experimenteel.



Vijftig meter vóór het ene uiteinde staat een immens waterrad. Houten goten komen vanonder de bogen uit de hoogte en voeden het met water. Dat brengt een as aan het draaien, die op zijn beurt een lange balk, op meebewegende stutten heen en weer laat bewegen. Aan het uiteinde daarvan wordt de horizontale beweging omgezet in een verticale. Ik herken er een ja-knikker in. Een zuiger in een geboord gat, dat nog eens 246 meter in de diepte verdwijnt, veroorzaakt een vacuüm en zo wint men het kostbare vocht waar het allemaal om te doen is: pekel.
Macht
Totdat moderne technieken het winnen ervan vergemakkelijkten, bezat zout een ongelooflijke waarde. Het was tegelijk schaars én broodnodig voor consumptie en om voedsel houdbaar te maken. Sommige Romeinse legionairs werden in zout betaald (vandaar ‘salaris’). Zout bracht geld, macht en aanzien mee. Prinsen, hertogen en koningen versterkten er hun posities mee. Er werd oorlog over gevoerd (Salzburg 1611) en voor vrijheid gestreden (India 1930). In Nederland werden in 1886 al zoutbronnen ontdekt, maar startte de serieuze zoutproductie pas in 1918, inderdaad, na de oorlog om ons land minder afhankelijk van Duitsland te maken. Zout was en is nog steeds belangrijk. Niet alleen als voedingsmiddel, maar ook als grondstof voor talloze chemische producten. Big money (AkzoNobel) is het nog altijd.
Zeezout
Al het zout is zeezout. Het Nederlandse zout komt van een voormalige zee, die lang geleden over het noord-westen van Europa lag. Het warme, droge klimaat en de geringe waterdiepte veroorzaakten zoutvorming op de bodem. Dat ging millennia zo door. Totdat de aardschors omhoog kwam. Toen kwamen er nieuwe sedimentlagen bovenop te liggen, waardoor de kristallen samengeperst werden en het zout versteende (steenzout). De zoutsteenlagen in Salins-les-Bains zijn deposities uit een andere zee, nog veel ouder, namelijk uit de tijd van het oercontinent Pangea. Onvoorstelbaar, zoals wij op onze reis telkens weer op de tastbare geschiedenis van de aarde stuiten.
Rijk
Salins-les-Bains werd schatstinkend rijk van de zoutmijnen. Om die rijkdom te beschermen bouwden op ze twee heuvels aan weerszijden van de mijn grote forten. Rondom de mijn en het stadje liep een dubbele stadswal en het hele centrum was afgesloten fabrieksterrein met maar één toegangspoort. Iedereen die erin en eruit ging werd gefouilleerd, een onsje zout was immers al een weelde. Dit was het witte goud, lang voordat asperges die naam roofden.
Drogen
Zout won men eerst aan de oppervlakte, maar later dus door boringen op grotere diepte. Daar is het minder ‘verontreinigd’ met zoet (regen)water en dus kostenefficiënter om op te produceren: een hoger zoutgehalte per opgepompte liter. De bron die wij bezoeken pompt pekel op met 330 gram zout per liter water. We proefden er een drupje van. Pfff. Maar pekel giet je niet over je gebakken ei, dus het water moet er nog uit. Dat deden ze hier op een bijna onmenselijke manier.





Op grondniveau bouwden ze een grote oven, waarin ze steenkool konden verbranden om hitte te genereren. De hete rook steeg door een lange ondervloer naar een schoorsteen twintig meter verderop. Tussen de oven en de schoorsteen stond boven die ondervloer op ijzeren palen een gigantische pan van gietijzeren platen die aan elkaar geklonken waren. Dit is duidelijk afgekeken van de verwarming in Romeinse baden. In die pan goot men de pekel en dan: verdampen maar. Een meter boven de pan hing een ‘afdruipdak’ van houten planken. Als het zout in de pekel begon te kristalliseren, schraapten en schepten mannen de plakkerige brij uit de pan en wierpen het bovenop het afdruipdak, alwaar het verder kon drogen. Het behoeft geen betoog dat het verschrikkelijk moet zijn geweest om naast die borrelende zoutpan met lange harken en scheppen urenlang op louter spierkracht tonnen zout omhoog te halen. Op foto’s zien we pezige mannen met ontbloot bovenlijf aan het werk, geen grammetje vet. Dit werk werd tot 1962 op deze manier gedaan, zonder enige vorm van mechanisatie. De gids vertelt erover met onverholen schaamte. Niet dat dát de reden was om ermee te stoppen, die was veel prozaïscher: het rendeerde niet meer. Nu wordt alleen nog op bescheiden schaal zout opgepompt door een polsdikke kunststof buis. Je kunt het kopen in het museumwinkeltje. Even verderop in de straat stond nog een kleinere zoutfabriek (petite saline), maar die werd al in 1854 omgebouwd tot kuuroord. Daar wordt het zoute water nog steeds opgepompt om er in te badderen.
Jeu de boules
Een leuke trivialiteit is dat een zoutpan bijna het formaat heeft van een petanque baan. Petanque: 4x15m. Zoutpan 4.2×17 meter. Niet erg van belang, maar dan heb je een idee van de schaal: groot! In de Grande Saline die nu het museum is, stonden vier van die zoutpannen op een rij in een immense schuur. Slechts één ervan bevat nog de ijzeren pan, ernstig gecorrodeerd en daardoor extra indrukwekkend. Het is een topattractie, die je alleen met een gids kunt bezoeken. In Salins-les-Bains verdienen ze nog steeds aan het zout.
Boeiende materie weer. Ik hoop dat jullie dat ook vonden, want hierna gaat het opdrogen, denk ik. Morgen bij onze lieve vrienden op bezoek en vrijdag de eerste etappe naar huis. Zelfs als we rustig aan doen, zijn we zaterdag weer thuis.


Nog wel even Frans eten met een lokale wijn natuurlijk

0 Comments