Woensdag alweer. We horen het ‘s morgen vroeg even regenen. Veel stelt het niet voor. Maar de incontinentie van het grauwe-grijze zwerk zet in de ochtend door, zij het druppelsgewijs. Rond elf klaart het wat op en schuiven smalle kolommen van licht als moving lights over de camping en toveren leven in de kronen van de dennenbomen.
Wandeling langs El Tordera
Na een lichte lunch wandelen we vanaf de camping naar de oever dan Rìu Tordera. De wind is kil, maar telkens als de zon doorbreekt lacht het landschap ons toe. Vorig jaar zagen we in de rivierbedding nauwelijks water, nu vreet het gretig aan struikgewas en deponeert het sediment in glooiende stroomheuvels. Tussen het reuze-riet ontwaren we een woekerplant, de Aruajia serecifera (Folterplant in het Duits, mothplant of false choco in het Engels). Vruchten zo groot als flinke peren, die (nu onrijp) aanvoelen als half lege ballonnen. Naarmate ze verder rijpen, verhouten ze en worden ze bruin.




Onze op gegist bestek gelopen route eindigt pardoes bij het treinstation, maar helaas aan de verkeerde kant. Twee paar rails scheiden ons van de beschaving van perrons, trappen en tunnels. Geen hekken, waarschuwings- of verbodsborden hier. Dus we stappen oplettend over roestige spoorstaven, klimmen perron twee op en nemen de tunnel naar perron één en het stationsgebouwtje. Blijkt dat ze hier ook poortjes hebben en zonder kaartje kom je er niet uit. Een vriendelijke dame van de seguridad vraagt zich niet af hoe wij hier caminando verzeilt zijn geraakt en bevrijdt ons welwillend.

Tussen de locals
Terug in de bebouwing van Blanès stappen wij onversaagd cafè La Torre binnen, uitgedaagd door een rij vrolijke stoepborden en een lachend gezicht achter het vensterglas, maar duidelijk niet op toeristen gericht. Onze entree lokt even verraste als verwelkomende gezichten op. Veel toeristen stappen hier dus inderdaad niet binnen. Het blijkt een goede gok; een echt Spaans buurtcafé, waar je bij elk rondje drank een (h)eerlijke tapa erbij krijgt, inclusief stralende glimlach en een flirt van de voloptueuze kokkin. Dat laatste niet exclusief, moet ik erbij zeggen. Drie rondjes bier van de tap met vier tapas (eentje kregen ‘para probar’) geeft ons genoeg tijd om de gang van zaken te bestuderen. Er komen veel vaste gasten, sommigen voor één biertje of een cortado, anderen voor een korte samenkomst met -zo te zien- collega’s met twee of drie rondjes. De meesten lijken elkaar te kennen en een scharrige figuur met stoppelbaard bietst bij een stamgast wat muntjes om een koffie te kunnen betalen. We gaan op in de sfeer van het eenvoudige café, met het televisie-geluid van Youtube met Spaanstalige muziek aan de ene kant, de stille TV met rampnieuws over de overstromingen in Andalucía aan de ander kant en de Spaantalige causerie van de bezoekers van alle kanten.

Aan de tafel naast ons zitten twee mannen. Een Belg die al 31 jaar in Spanje woont en een Engelsman die hier al 30 jaar is. De Engelsman heeft natuurlijk het hoogste woord. Hij zit in de brandstoffenhandel en gaat over zes maanden met pensioen, maar klaagt dat zijn vriendin nog werken moet. Die blijkt een jaar of tien jonger te zijn en een eigen bedrijf te hebben én bovendien rijk te zijn. Maar wat heb je daaraan als je stopt met werken en je wilt lekker op reis naar, zeg, Tenerife. Maar dat kan niet, want zij heeft haar ‘business’. Het is wel leuk dat zij de tune-up van zijn McLaren (supercar) wilde betalen, inclusief de verhoging naar 1.080 Pk, nieuwe kleppen, nieuwe krukas en wat meer, toch een bedragje van 28.000 euro (achtentwintig duizend), maar ja, die kar is nog véél meer waard natuurlijk. Anyway, it’s rather a long story, maar misschien ben je beter af als je gewoon altijd iemand bij je hebt om samen dingen mee te doen. Hij kijkt steels naar Corrine. De Belg kijkt naar buiten en doet er het zwijgen toe.
Meer dan 13 graden werd het niet vandaag, maar toch een dag vol lentegevoel.



0 Comments