Knittlingen-Freudenstein, donderdag 28 mei

Het kan natuurlijk niet anders dan dat we een goede nacht hadden. De ventilatie in het hefdak en de ramen bleven open. Frisse buitenlucht stroomde door onze caravan. ‘s Morgens blijkt het buiten 13 en binnen 16 graden. Zo gauw we een stap buiten de caravan zetten voelt het warmer. De zon is al krachtig. We stappen onder de koude douche naast het zwembad en nemen een duik in het heerlijke water. Niets maakt lekkerder wakker dan wat baantjes trekken in een openlucht zwembad. Daarna even afdouchen onder de warme douche (!) naast het zwembad. Wat een paradijselijke plek.

De zon schijnt naar binnen door de open ramen van ons Eribaatje, terwijl we wat brood roosteren, een gekookt eitje eten en genieten van multi-vitaminedrank en koffie.

De Abdij van Maulbronn

Al in de twaalfde eeuw (1147) werd hier een Cisterciënzer klooster gevestigd. De monniken die deze geloofsrichting aanhingen, hadden zich afgescheiden van de Benedictijnen, die naar hun mening te wereldlijk en bezitterig waren geworden. Het klooster moest daarom een toonbeeld van deemoed en eenvoud worden en dat lukte best een hele tijd. Ook al vergaarde de orde in tien jaar tijd zo’n 100 ‘bezittingen’ in de omgeving. Toen kwam de klad in de ascese. De monniken en hun ommuurde abdij vormden na verloop van tijd een machtsfactor. Dus kwamen andere machthebbers er hun voordeel halen.

Scholing

Zo’n klooster had in zijn tijd een centrale rol in de wereld van kennis en wetenschap en dus waren hier niet alleen vrome geloofsbelijdenaren te vinden, maar ook erudiete wetenschappers en leraren. En dus ook leerlingen. De legende van Goethe’s Faust zou gebaseerd zijn op ene Doctor Johann Georg Faust die begin 16e eeuw probeerde goud te maken (in opdracht van een kennelijk nogal wereldlijke Abt), maar de echte helden die in dit klooster hun opleiding genoten waren Johannes Kepler (de astronoom-wiskundige die de beweging van de hemellichamen wist te verklaren) en de schrijver Hermann Hesse, wiens boek Narziss und Goldmund deels op zijn eigen ervaringen in het klooster van Maulbronn geënt zijn.

Hoe dan ook, het klooster heeft een voorname plaats in de geschiedenis. Het is allang geen klooster meer, maar een school (in 1556 opgericht!), een concertlocatie en -natuurlijk- een top-toeristische attractie.

Dorpje

Voor Cisterciënzers die streefden naar eenvoud en deemoed is het een weelderig geheel. Tóch wel houtsnijwerk, beelden en schildering op muren en op de kruisgewelven. Of het een ijverige of juist door verveling gedreven monnik was weet men niet, maar op veel plekken zijn fraaie in rode verf aangebrachte versieringen in dunne lijnen aangebracht. Soms verhalend met figuren en symbolen, maar even vaak in esthetische geometrische vormen die de gulden snede eer aan doen. Fibonacci is van eind twaalfde eeuw, dus zijn inzichten zouden doorgedrongen kunnen zijn tot het hoge noorden. Interessant is ook dat de (koor)monniken allemaal opgeleid waren en veel van hun tijd moesten besteden aan (nutteloos) bidden en zingen, terwijl de lekenbroeders, geheel afgescheiden levend van de monniken, maar in hetzelfde complex, eigenlijk al het echte werk deden. Ter beloning aten de monniken in het luisterrijke Herrenrefektorium van 11 meter hoog, terwijl de lekenbroeders het onder een plafond van een meter drie moesten doen. Tja, gebakken lucht heeft ruimte nodig. Eigenlijk is het hele klooster een klein, door een dikke verdedigingsmuur ingesloten dorpje. In het eigenlijke klooster, dat tegen de kerk aangeplakt zit, woonden en werkten de monniken en de lekenbroeders. Maar daaromheen was een smidse, een bakkerij, een apotheek en waren er stallen, opslagloodsen en woningen voor allerlei werkvolk dat het klooster van dienst kon zijn.

Abdij

De kerk vormt het hart van het complex en afgezien van houtsnijwerk en later aangebrachte muur- en plafondschilderingen is het een serene, vrij eenvoudige kruiskerk met een hoog kruisgewelf boven het middenschip. Naar het gebruik van die tijd (laat Romaans) is het er vrij donker. Je komt er via een kruisgang, die in een symmetrisch vierkant om de kruisgangtuin ligt. Vanuit de kruisgang kom je in alle andere delen van het gebouw, de Kapittelzaal, de eet- en slaapzalen, de waterbron en de schoolruimtes. Toen het klooster gesticht werd, was de Romaanse bouwstijl heersend (ronde bogen), in de paar honderd jaar daarop werd het complex uitgebreid en verbouwd, waarbij steeds meer de Gotische stijl verscheen (puntige bogen). Je ziet die twee bouwstijlen overal door elkaar lopen. Alle ruimten zijn verder leeg, geen tafels, stoelen, wandkleden of wat dan ook. Het schept ruimte voor de verbeelding hoe het er uit zag toen het bewoond werd. Maar ik probeer mij vergeefs een voorstelling van te maken hoe het geweest moet zijn om in die tijd deel uit te maken van de gemeenschap die hier leefde. Het is té onwerkelijk.

Narziss und Goldmund

In de voormalige apotheek op het grote voorplein zit nu een boekhandeltje. In de etalage zie ik boeken van Hermann Hesse liggen. Geïnspireerd door vriend Robert koop ik een Duitstalig exemplaar van Narziss und Goldmund. ‘s Middags in de schaduw van de fruitboom presenteert het verhaal zich met een openingszin met 17 komma’s en een punt-komma er in. Het is prachtig en lyrisch geschreven, maar dit gaat wel even duren, denk ik.

0 Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *