Knittlingen-Freudenstein, woensdag 27 mei

Zeven uur en er zijn er maar twee wakker op de hele camping en dat zijn wij. Dat klinkt buitengewoner dan het is, want er zijn maar drie andere gasten. We ontbijten en maken de boel op ons dooie akkertje reisklaar. We hebben zo’n 380km te gaan met de Fernpass op 1.212m als hoogtepunt. Maar het wordt een warme dag en op tijd vertrekken betekent op tijd aankomen en nog een beetje van de dag genieten.

Eerst volgen we de Inn nog een hele tijd in haar groene en weelderige dal met heuvels, alpenweides en bergtoppen. Het valt mij op dat je in vergelijking met Frankrijk of Duitsland relatief weinig forten of vestigingen bovenop de heuvels ziet. Terwijl om dit land wel werd gestreden, althans totdat de pientere Habsburgers er hun veelkleurige verzameling van samenwerkende gebieden van maakten. De rit biedt ons een onvergetelijk afscheid van deze droomwaardige fraaie omgeving. We komen hier vast een keer terug.

De pas

Met een caravan erachter een pas op die grofweg 700 meter boven het dal ligt, brengt toch iets van spanning met zich mee. Maar, afgezien van het gegeven dat je de combinatie binnen de lijnen moet houden en zo nu en dan moet uitwijken voor brede vrachtwagens of toerbussen, is het eigenlijk een probleemloze rit. Bij lange na niet zoveel haarspeldbochten als ik had verwacht. Maar wel ongelooflijk veel verrassende uitzichten op gruwelijk steile bergwanden boven in het duister verdwijnende kloven. Uiteraard is de vermaarde Zugspitze de prominentste piek. Hoe zo’n monsterlijke steenmassa zich ooit tegen de zwaartekracht in uit de aardbodem heeft kunnen verheffen, het gaat je boven je pet. De krachten van de natuur zijn onvoorstelbaar. Op de top van de pas heeft de commercie het gewonnen van de esthetiek, geen reden om een pauze in te lassen, maar om de kleur van de wanhopige roep om aandacht vast te leggen, stop ik toch even voor een foto. Vanaf hier gaat het natuurlijk weer bergaf. Nu ja, met de weg dan, niet met ons hoor.

Drente?

Ja, dat krijg je dan. Rijd je een tijdje in Duitsland, eerst door Beieren en daarna Baden-Württemberg, ontstaat door de afwezigheid van bergtoppen toch een beetje het gevoel alsof je door Drente rijdt. Eerlijk gezegd: na de doortocht op de pas is er weinig leuks aan de hele route en dan is het toch een klere-eind. Ook omdat ons doel een heel eind van de dichtstbijzijnde snelweg ligt en onze navigatie-software het slim vindt om niet de snelste, maar de kortste route te kiezen, zodat we dik 40 kilometer over slingerende smalle landweggetjes en door krappe dorpjes komen te rijden.

Steengroeve

Het verenigingsterrein van Gemeinschaft Licht und Sonne Pforzheim is aangelegd in een voormalige steengroeve. Dat voorspelt al dat er sprake moet zijn van hoogteverschil en dat klopt. De toerit is een smal krom weggetje met een hellingspercentage van 16%. Maar voordat we die kunnen inrijden, worden we door de bewoner van het huis op de hoek tegen gehouden. Hij denkt dat we de camping voorbij zijn gereden, we moeten omkeren, maar niet hier, want dat is te steil. Tot we zeggen dat we niet voor de klere(n)-camping komen maar voor het naturistenterrein. ‘Ach so.’ Daarna: ‘Pas op voor de hobbel,’ waarschuwt hij ons. Aardige vent. Onze AWD heeft geen moeite met de helling, noch met de hobbel.

Puur

Beneden in de (voormalige) steengroeve staan de caravans van de leden. Bovenop het stukje berg dat niet is weggehakt zijn de plaatsen voor gasten. Formidabele plaatsen. Een zachte bolling van gezond gazon, in de zon, beschut tegen wind, met ruime blik, het zwembad en een toiletje dichtbij. Geweldig. ‘Zoek maar een plekje uit,’ zegt gastheer Aloïs. We kiezen er een naast een fruitboom, die genadig diepe schaduwen gaat geven op de warme zonnige dagen die ons wachten. In no time hebben we ons geïnstalleerd, gedoucht en afgekoeld in het riante zwembad (24 graden) en zitten we met een koel biertje te luisteren naar de vogelgeluiden. Maar, aan de voet van ons bergje ligt de weg waarover we hierheen kwamen en die hoor je. Ook klinkt heel soms een zacht gekwetter van de arme lieden die de zegeningen van het naturisme nog niet hebben durven omarmen en dus veroordeeld zijn tot de hutje-mutje-camping verderop. Als de dag ten einde loopt, verdwijnen de geluiden van mechanisatie en wanhoop en zingen de vogels hun hoogste lied. Een zanglijster en een merel strijden om de eer, wij geven ze een gedeelde eerste plaats. Een grote roofvogel komt polshoogte nemen, kwikstaarten rennen over het gras en zo nu en dan schreeuwt een fazant. ‘s Nachts wordt het helemaal stil.

Waar we op de vorige camping plezier hadden van de luxe, het gemak en de gezelligheid, vinden we hier de weg terug naar het pure. Met blote voeten lopen in het gras, het briesje dat je hele lijf streelt en de overgave aan en acceptatie van het hele wezen dat je bent, in de omgeving waar je bent en tussen andere mensen die zijn wie ze zijn.

0 Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *