Maandag 27 april, dag 1
Al in 79 was er een Romeins fort met een woonwijk eromheen. Honderd jaar later werd het een legioensfort genaamd Castra Regina. Uit die tijd zijn nog overblijfselen in het straatbeeld te vinden. Nadat de Romeinen de aftocht hadden geblazen (500), werd Regensburg een van de hoofdsteden van het ‘Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie‘. Dat begon ergens bij keizer Karel de Grote (800) of Otto 1 de Grote (962), geschiedkundigen zijn het er niet over eens, maar het werd door Napoleon in 1806 opgeheven. Dat is zeker.
Regensburg is een stad met een record aantal oude gebouwen in een stratenplan dat uit de middeleeuwen stamt. Maar het meeste van wat er nog staat schijnt uit de late middeleeuwen te zijn overgebleven. In het historisch museum kun je zien hoe de geschiedenis vanaf het jaar 179 nog steeds in de huidige bebouwing zichtbaar is. Schitterend! En er is hier zóveel opgetekend, dat je met lampjes op een kaart kunt zien waar de slagers, bakkers en bierbrouwers gevestigd waren. Ontluisterend om te zien dat er veel meer kapellen dan badhuizen waren en in de hele stad maar drie artsen.




Op de eerste dag parkeren we onze fietsjes onder de walm van de Wurstkuchl, een historisch braadworst restaurantje met een groot terras op hobbelige keien dat hellend naar de Donau afloopt. De vettige walm en de lange rij nodigen niet uit. Dus van daaruit wandelen we op goed geluk door de straatjes en stuiten op het Goliathhuis, waar op de gevel een monumentale, vrij cartooneske versie van het verhaal is geschilderd. Er is teveel te zien om zelfs maar op te sommen en ik maak meer foto’s dan ik zal kunnen tonen. In de middag zoeken we een leuk terrasje en belanden op een van de beste van de stad, zo blijkt: het Bischofhof. Beschut tegen de wind, een beetje uit de drukte genieten we hier van een vis (Corrine) en een traditionele schnitzel (Bart), beide van uitmuntende kwaliteit. Daarna rest ons weinig anders dan terug te gaan naar de camping en dat betekent de nodige hellingen terug omhoog.




Dinsdag 28 april, dag 2
Vandaag met de auto. We parkeren (gratis) in het grote Donau Einkaufszentrum en lopen over het oostelijke Donau Insel en de Eiserne Brücke de stad in. Deze keer lopen we geheel volgens plan langs stukken Romeinse stadsmuur uit 179, de raadselachtige Predigtsäule en het schandelijk verwaarloosde monument voor Kepler. In de rand van het park ronden we Schloss Sankt Emmeran met z’n vijfhonderd kamers, waarvan er een paar worden bewoond door de schatstinkendrijke erfgenamen van het geslacht von Thurn & Taxis.




Adellijk?
Het is een adellijk vorstenhuis, zonder land, maar met veel geld en vastgoed. In Brussel staat ook een leuk optrekje. Je kunt een deel van het paleis bezoeken, maar alleen met rondleiding à 14,- per persoon. Dat vind ik dan weer een beetje knieperig van die rijkaards, die hun welvaart te danken hebben aan het monopolie dat ze honderd jaar hadden op de postbezorging voor koning en kerk in heel Europa. Dankzij hun geld (=macht) verkregen ze steeds meer titels en uiteindelijk werden ze middels een vage constructie met een verre, verre voorouder in de adelstand verheven. Want met alleen geld hoor je er nog niet bij.
In fel contrast met de zuinigheid van de Von Thurn & Tassis‘ is de basiliek Sankt Emmeram wel vrij en kostenloos te bezoeken. Die maakt deel uit van het complex en we liepen er door onze ontsnappingsroute bij toeval aan voorbij en vervolgens naar binnen. Spectaculair zeg! Nooit eerder zagen we zoveel glitter en goud in een kerk. Hier kunnen zelfs de devote Spanjaarden niet mee wedijveren. Er is werkelijk geen enkele stukje van het gebouw dat niet uitbundig versierd is. Kijk maar naar de absurdistische panoramafoto die ik van het plafond maakte. Het is écht teveel pronkerigheid en het wringt zo erg dat ik steeds beter begrijp waarom Luther mede hierom de reformatie in gang zette. (Hij deed het overigens vooral vanwege de aflaten)


Waller
Op de terugweg wandelen we een heel stuk langs de Donau-oever die hier voorheen de haven vormde. Eerst komen we voorbij het museum Haus der Bayerischen Geschichte, waar een gigagroot gouden kunstwerk staat te fonkelen in de zon: de Goldene Waller. Dat verbeeldt een meerval, met een ingewikkeld verhaal van de kunstenaar erbij. Maar het volk maakte het zich eigen door het als uiting van protest voor het rücksichtloos voor de lol vermoorden van de weerloze vis te bestempelen.
Even na het gouden beest staat de Königliche Villa. Omdat die 500 kamers hoger op de helling maar zo-zo waren, bouwden ze hier ook nog een ‘buitenverblijf’ pal aan de Donau. Schaamteloos.





Donderdag 30 april, dag 3
We vinden een parkeergarage in een wat armoedige buurt van Regensburg, precies daar waar de autovrije Altstadt begint. Dat betekent overigens niet dat je hier als een argeloze toerist onbevangen over de straat kunt dwalen, want overal wordt gefietst. Dat is even wennen.
Soberheid siert

We willen de Dom Sankt Peter bezichtigen én nog een keer lekker ongericht door de straatjes slenteren. Het verrast ons dat we op deze derde dag nog steeds in straatjes komen te lopen waar we nog niet eerder waren. Zo komen we voorbij een kerkje waarnaast fraaie overdekte grafmonumenten in de muur zijn ingebouwd. Om er te komen stappen we om de hoek het kerkje in en het blijkt een eenvoudig gebedshuis (Protestants dus), waar dikke donkerbruine balken, balustrades en banken de boventoon voeren. Het getuigt van een sobere schoonheid, die totaal bevrijdend is na de uitzinnige pracht en praal van Sankt Emmeram. Maar het vormt ook een bizar contrast met de elegante pastelkleurige grafmonumenten van de rijken die voor zichzelf een praalgraf pal naast de kerk kochten. Kennelijk gold die Protestantse soberheid alleen bínnen de muren van de kerk. Behalve het stenen kerkhofje, hebben ze ook een kerktorenbeklimming in de aanbieding. Dat blijkt een steile en nauwe, steeds smaller wordende houten trap omhoog, tot je door een eiken deur direct op de omloop van de spits terecht komt. Lopend over de verweerde zandstenen, met verdiepte goten voor het regenwater, kijk je 360 graden uit over de stad. Erg leuk.









Dom Sankt Peter
We wandelen verder en komen allerlei bezienswaardigheden tegen. En daar is’tie dan; de dom. Hij staat te pronken in de zon. Een van de twee torens gaat zedig gekleed in steigers en bouwplastic, maar als je binnenstapt zie je daar helemaal niets meer van. Sterker nog, je ziet sowieso eerst helemaal niets. Het is er namelijk aardedonker. Dat is de consequentie van de legendarische glas-in-loodramen van deze kerk, die al de tijd, al het weer en alle oorlogen hebben doorstaan. Ze zijn beslist indrukwekkend. Niet alleen door hun aantal, maar ook door hun gedetailleerdheid. Er is geen beginnen aan om zelfs maar te proberen te onderscheiden wat in al die kleine venstertjes wordt afgebeeld. We verwonderen ons over wat hier behouden bleef, maar zoeken spoorslags de dichtstbijzijnde uitgang als een wagonlading aziaten met verlichte telefoons door de gangen begint te zwermen. Genoeg voor vandaag, genoeg van Regensburg.





Regensburg 2026
Wat een bijzondere stad dit is! Voor ons een unieke ervaring. Niet eerder liepen wij door een binnenstad waar oude structuren en gebouwen zo versmelten met hedendaags gebruik. Een vijfhonderd jaar oude smidse is nu een gewone winkel waar luchtig geklede mensen in en uit stappen. Veel mensen hebben helemaal geen oog meer voor de rijk geornamenteerde klokgevels en eeuwenoude waterputten, ze turen op hun smartphone of kronkelen op de fiets tussen de wandelaars. Ze zijn op weg, bezig met hun leven van nú. Dat is óók het bijzondere: het is hier geen toeristenattractie alléén, maar een toeristische hotspot waarin ook gewoon wordt geleefd.
Op de camping hebben we nog wat zon en beginnen we met opruimen en inpakken. Morgen richting Linz. Oostenrijk.

2 Reacties
In een woord: wow!! Wat een mooi verslag. Regensburg komt op ons lijstje.
Ja, moeten jullie doen. En trek er een paar dagen voor uit. Wij deden het in drie, maar hadden er gerust nog drie kunnen doen.