Port-sur-Saone, donderdag 5 maart

Blijken er in Port-sur-Saone twee eilanden in de Saone te liggen. Vanzelfsprekend reden wij naar het verkeerde eiland. My bad entirely. Als we dan op het goede eilandje de beoogde camping La Maladière bereiken, zijn we vroeg, het is nog niet eens twaalf uur, maar dat komt goed uit denken we; de receptie is open tot 12.00, staat op een bordje aan de deur. Niettemin is het er uitgestorven. Je kunt een nummer bellen bij afwezigheid, maar dat heeft geen zin. Je krijgt een ultra-rap Franse-troela-voicemail, geen touw aan vast te knopen. En op de website staat: voor informatie: bel de marie. Het gemeentehuis. Échecs.

Le Chalet de la Plage, gelegen op een buitenmaatse terp pal vóór de entree van de camping, oogt als een typische massa-toeristische frietschuur in een overigens desolaat Tjernobylistisch landschap van verdorde grasvelden, verbleekte kunststof terrasstoelen op een terras van gebarsten betontegels, verluchtigd met rafelige vlaggen aan roestige masten en hier en daar opgefleurd door een slingerend vaalroze loopfietsje, achtergelaten door iemand die onlangs zijn tweede nieuwe heup kreeg. Toch stappen we naar binnen voor een kop koffie om bij na te denken wat nu te doen. Ze starten er net op, en de zeer vriendelijke barrista, toont zich hartverwarmend behulpzaam. Ze weet wel iemand te bellen van het de camping. Die krijgen we aan de lijn in tegelijk het Frans, Duits en Engels met als uitkomst dat we onze caravan ergens kunnen neerzetten om later die middag te kunnen betalen. Dus we zetten onze frêle Eriba op een onwaardig stuk asfalt met achter de omheining een half-pipe, een pannakooi. Daarna melden we ons opnieuw bij het etablissement, waar inmiddels het halve departement Haute-Saone is komen lunchen. Dat doen wij ook en het is uitstekend. Eerste indrukken kloppen niet altijd. Evengoed is die camping niet aanbevolen.

Camping Port-sur-Saone

Donderdagmiddag met vrienden

We melden ons apres-midi in Bougey. Zo’n honderd mensen wonen daar in een landelijke dorpje temidden van landerijen, communale bossen en slingerende weggetjes. Twee ervan zijn onze vrienden, de rest kennen we niet en dat zal ook nooit gebeuren, want je ziet er never nooit een mens op straat. Misschien staan al die andere huizen er gewoon als decoratie, ter eer en meerdere glorie van dat ene huis van hun, dat toevallig wel een van de mooiste is. Opgetrokken met authentieke (geroofde) abdijstenen van zachtgeel zandsteen, waarop de groeven van het handbeitelwerk van 250 jaar geleden nog voelbaar zijn, met dikke hoekstenen, ongelijke muurstenen en blauwe luiken naast de vensters. Boven de drie natuurstenen tredes van de trap naar de dubbele voordeur van sierlijk gesneden eikenhout, zweeft zo’n typisch Frans luifeltje als een kroon boven de heerlijkheid die deze plaats is. In de hal vloertegels met een kathedraals charisma, een ornamentele trap naar boven, schitterend authentiek hang- en sluitwerk en een monumentale schouw onder een plafond van dikke donkere balken. Een grote houtkachel bromt welwillend weldadige warmte. Alles ademt hier: late middeleeuwen, maar dan in een hedendaags comfort. En daar mogen we zomaar binnentreden zonder eerst een kaartje te hoeven kopen. Sterker nog, het weerzien is hartelijk, eerst converserend met een cremant bij het houtvuur in de voortuin en later aan de tafel met een exquise kip-tomaat-pesto-stroop-schotel uit de oven. Het woord ‘gezellig’ doet onnoemelijk veel te kort.

Manhay, vrijdag 6 maart

De voorlaatste etappe naar huis voert ons naar een camping die we al vaker aandeden. We rijden het grootste deel van de route op de rijkswegen en dat bevalt nog steeds goed. Onze ervaring dat het mijden van de snelweg zo gek niet is, wordt bewezen als we die niet langer kúnnen mijden. Op de A31 komen we in de gebruikelijke onrust van vrachtwagens, razende BMW’s en treuzelende Skoda’s terecht. Onze vaste tussenstop in België blijkt gesloten. Never assume. Een paar kilometer verder zit er nog een, die kennen we niet, maar opnieuw blijkt: zoekt het onbekende en vindt het eigene. Eurocamping is een stereotiepe staanplaatsen-terrein. Grote sta- en toercaravans, een keur aan hekjes en afrasteringen rond tuintjes, aangeharkt als permanentjes van een voorbije generatie. Maar we worden hartelijk en vrolijk welkom geheten door de enthousiaste Christi en haar man, die dit verborgen plekje nèt een maand geleden overnamen van de 86-jarige eigenaar. Qua kampeerterrein is er ruim verbeterpotentieel (geen vlak plekje te vinden), maar een mooie lokatie met uitzicht, een prima terras, een volwaardige kroeg én een prima keuken maken dat ruimschoots goed. We raakten er gemoedelijk in gesprek en aan de borrel met volstrekte vreemden. Wat een cadeautje op onze laatste dag van huis.

Almere, zaterdag 7 maart

We vertrekken op tijd, tanken nog een keertje voor 1,68 en doen het verder rustig aan. Ondanks de zaterdag is het vrij druk. Vooral als we weer op Nederlands asfalt rijden. Nu weet ik het helemaal zeker; vaker op rijkswegen reizen. 

Het was een relatief korte overwinterreis, maar weer een die ons fysiek en mentaal verwarmde met verrassende avonturen, oogverblindende taferelen en cordiale ontmoetingen. We zijn dankbaar dat het ons weer gegund was, maar ook dat we weer veilig en gezond in onze mooie huisje zijn teruggekeerd. En om met Peter af te sluiten: Amen.

0 Comments

Comments are closed.