Benicassim, donderdag 12 februari
Nu was het echt een stormachtige nacht. We wisten dat die ging komen, want we kregen op onze smartphones meerdere meldingen van de Spaanse overheid over de ophanden zijnde wind. Dat is wel mooi in ons Europa, dat de Spaanse weerdienst ons op onze Nederlandse telefoons kan waarschuwen. Maar we sliepen dus weer niet zo veel.

In tegenstelling tot gisteren, wordt het in de ochtend niet minder winderig, integendeel. De weerapps geven aan dat het alleen maar erger gaat worden: 5 Bft met vlagen van 8. Gaan we ons wel of niet met de caravan in het stormgeweld wagen? Na een uurtje twijfelen, pakken we de boel in en een kwartier later zijn we op weg. Het valt mee, de windvlagen zijn goed voelbaar, maar met maximaal 80km is er niets aan de hand.



We rijden naar Benicàssim. Een ritje van anderhalf uur. Camping Tauro ligt midden in een woonwijk. Da’s weer eens wat anders. Als we zijn geïnstalleerd en een rondje lopen, komen we erachter dat het geen woon- maar een villawijk is. De rijkdom spat er soms van af. Vaak ligt er een fraaie tuin omheen, met goed verzorgd gras, een flink zwembad met ruisende palmbomen of reusachtige pijnbomen eromheen. Tussen enkele appartementenkolossen helt de weg wat omhoog, het is alsof we een rudimentaire zeereep bestijgen om op de promenade te kunnen komen. Die is naar Spaanse begrippen huiselijk. Er zijn maar een paar horecazaken en een enkel winkeltje, voor de rest staan hier de privé-vakantiewoningen gewoon tot aan de boulevard. Je zal maar zo’n villa of appartement pal aan de kust hebben. Als we wat verder op de boulevard lopen, verschijnen wel wat meer etablissementen, de meeste gesloten of er wordt aan gewerkt. We lopen een flink eind richting Orpesa, grotendeels over een plankier hoog op het strand. Tussen wat villa’s door voert een steegje met een trap ons terug naar boven, waar de weg loopt en we over zo’n typische Spaanse roze-witte tegelstoep weer zuidwaarts keren. De haven van Castellón de la Plana zindert in de verte in de heiige zeelucht, maar tamelijk prominent aanwezig, met z’n hijskranen, schoorstenen en op de rede liggende zeeschepen. Het voelt zomers warm, 21 graden knippert een thermometer bij een Farmacía, maar de hemel is strakblauw en tjonge, wat is die zon heet.
Benicàssim is een klein kustplaatsje in een fraaie omgeving met mooi beschutte zandstranden. Al anderhalve eeuw zijn het vooral Spanjaarden zélf die zich hier ontspannen. Nogal wat welgestelden uit het binnenland lieten hier villa’s bouwen en daarop volgden stijlvolle en vaak wat luxere appartementencomplexen. Alles is op kuierafstand van de boulevard met leuke café’s en restaurantjes. Dat buitenlandse toeristen hier in de minderheid zijn, merk je als je op een terrasje gaat zitten: de voertaal is rap Spaans.
Vanavond gaan we op tijd naar bed, om in te halen, maar ook omdat het morgen onvermijdelijk een latertje gaat worden. Daarover óvermorgen meer.

0 Comments