Dit jaar gaan we voor de tweede keer op overwintertocht in het zuiden van Europa. Anders dan de vorige keer willen we nu niet veel rondtrekken en lange afstanden in Spanje afleggen. We weten nu waar we wél en niet willen zijn óf terecht kunnen. Wat wel onveranderd blijft is dat we het weer voor een groot deel onze koers laten bepalen.

Verleden jaar kregen we enthousiaste reacties op onze reisverslagen en -foto’s. Ik was van plan dat dit jaar niet meer te doen, maar nu we drie weken onderweg zijn, en zulke mooie dingen zien en meemaken, besloot ik toch wat verslagen te maken met een wat lagere frequentie. Die lees je op deze Zonzoekers 2025.

Voorsprongetje

Op vrijdagmiddag 17 januari vertrekken we rond het middaguur uit Almere. We willen een eerste stop maken in Zuid Limburg, in Sint Geertruid. We doen dat omdat we in het weekeinde langs Luik willen, teneinde de verkeersdrukte te vermijden. En we willen eveneens in het weekenide de files bij Lyon vermijden. Dus eigenljk moeten we in twee dagen van Almere tot voorbij Lyon zien te komen. Dat is zo’n 950 kilometer en zou geen probleem hoeven zijn als er ergens in Noord Frankrijk, op zeg 450km een camping is die half januari geopend is. Dat is niet zo. De laatste camping zit boven op een berg(je) in Esch-sur-Alzette, nabij de stad Luxemburg. Dat was vorig jaar nét iets te spannend vanwege beijsde wegen en nu is er weer vorst. Willen we niet. Ook zit er een geschikte in Dochamps, maar dan moeten we dus op vrijdag al langs Luik. Dilemma, dilemma. Hoe komen we op zaterdag langs Luik én zondag al langs Lyon 680km verder? Nou, zo dus: de eerste stop in St. Geertruid, dan een ferme rit van bijna 700km naar Porte-de-Lyon. En op zondag met een beetje geluk in een – weer ferme rit – naar de eerste doelbestemming: Blanes.

St. Geertruid

De reis naar St. Geertruid verloopt voorspoedig. 230km op een rustige vrijdagmiddag. De Limburgse camping blijkt bovenop een heuvel te liggen en biedt een fraai uitzicht op het omringende landschap. Maar daar zien we niets van, want het is mistig én het vriest 3 graden. We zien vette rijp plakken aan de struiken, hagen en bomen, die in dikte toeneemt terwijl je ernaar kijkt. Maar het is bar koud, dus dat doen we niet. Op de oprit van de camping bel ik de uitbater, die zich al snel in een dikke trui komt melden. We krijgen een korte rondleiding en uitleg. Hij geeft ons een plekje waar de auto-carvancombinatie achter elkaar kan blijven staan. Alleen de dissel van de kogel halen om te nivelleren en klaar is kees. Zes ampere is tè krap om de ijskoude caravan warm te krijgen, maar ik stook de boel met gas in een kwartiertje aangenaam warm. Daarna houden we het met de elektrische verwarming op temperatuur.

Bij de camping zit – naar verluidt – een fantastisch restaurant, behorend tot de top 500 van het land, maar we zien het niet zitten om ‘op stand’ te gaan dineren als we de volgende ochtend vroeg op pad moeten. Het ligt immers in de rede dat een copieus maal vergezeld gaat van fijne dranken. Dus we eten uit de koelkast. De eerste avond en nacht in onze caravan is meteen al knus en vertrouwd.

0 Comments

Comments are closed.