De Romeinen vestigden zich er, later ook de graven van Poitiers. Kennelijk viel hier wat te halen. Dat zat in de grond. Het dorp ontstond nabij steengroeven en toen díe industrie teloor ging, schakelde men over op zijde. Ja, er moet brood op de plank, maar hoe de Granezen van knoestige steenhouwers transformeerden tot fijnzinnig zijde-borduurwerkers moeten antropologen nog uitzoeken. Er is sowieso voor geschieds- en gebiedsschrijvers nog wat werk te doen hier. Want online vind je over dit stukje Frankrijk eigenlijk niets vermeldenswaardigs. Tóch ligt Grane in het prachtigw gebied van de vallei van de Drôme.

We zijn dus al flink opgeschoten tot onder Lyon. Het eerste uur van onze rit ging door een prachtig landschap met talloze houtwallen die als kronkelige slakkensporen over aaibaar zachte heuvelsruggen dwalen. Dat is leuk reizen. Daarna is het overwegend snelweg. Dat is wat sneller.

Vanaf onze vier-seizoenen-camping zien we op een heuvel aan de overkant van de Ruisseau de Beaunette (die uitmondt in de Drôme) de ruïne van Chateau de Chabrillan liggen. Aan de einder steken de sneeuwhellingen op de toppen van de Franse Alpen helder wit af tegen de bewolkte lucht. De camping ligt op de steile helling van de voornoemde ruisseau (beekje), maar we vinden gemakkelijk een redelijk vlak plekje. De uitbaatster is er niet, staat op een briefje aan de deur, maar we mogen zelf een plekje uitzoeken en ons tussen vijf en zes melden. Gemoedelijk. En aanbevelenswaardig, deze stek, bij beter weer en een hogere temperatuur dan 11º.

Naar goed voorbeeld van een vriend fotografeer ik nu de entree van de door ons bezochte campings, met -als het lukt- wat van de omgeving. Hier zie je in de achtergrond de witte toppen van de Alpen

Morgen door naar Spanje.

0 Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *